ECLI:NL:HR:2000:AA4984
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Korthals Altes
- Zuurmond
- Pos
- Beukenhorst
- Monné
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring bezwaar inzake Successiewet 1956
Belanghebbende werd door een beschikking van 23 september 1996 uitgesloten van opname onder de gerangschikte rechtspersonen als bedoeld in artikel 24 lid 4 van Pro de Successiewet 1956. Tegen deze beschikking maakte belanghebbende bezwaar, maar de Inspecteur verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk. Belanghebbende ging in beroep bij het Hof, dat zich echter onbevoegd verklaarde en het beroepschrift doorzond naar de rechtbank.
Belanghebbende stelde vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad. Deze oordeelde dat het Hof ten onrechte zich onbevoegd verklaarde, omdat tegen de beschikking beroep openstond bij het gerechtshof op grond van artikel 26 lid 1 juncto Pro artikel 2 lid 1 AWR Pro. De beschikking werd aangemerkt als een besluit in de zin van artikel 8:4 Awb Pro, waardoor beroep bij de rechtbank uitgesloten was.
De Hoge Raad bevestigde dat de Inspecteur terecht het bezwaar niet-ontvankelijk had verklaard, omdat tegen de beschikking geen bezwaar openstond op grond van de belastingwet. De uitspraak van het Hof werd vernietigd en het arrest van de Inspecteur bevestigd. Tevens werd belanghebbende het betaalde griffierecht voor het cassatieberoep vergoed.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar en vernietigt het hofarrest dat zich onbevoegd verklaarde.