Conclusie
2.Bespreking van het cassatiemiddel
Palu di Mangel/Korpodeko, rov. 3.3). Zodanig herstel is ook niet mogelijk met instemming van partijen (HR 4 december 2015, ECLI:NL:HR:2015:3476). (…)”
subonderdeel 3.2is het hof voorts uitgegaan van een onjuiste rechtsopvatting omdat artikel 85 Procesreglement Pro 2005 slechts tot doel heeft de taak van de griffier te verlichten en het de taak van de griffier is de hoogte van het griffierecht vast te stellen.
na betalingvan het nageheven griffierecht in verzet kon komen tegen de naheffing van het griffierecht. Uitgaande van de juistheid van de door [verzoeker] gestelde betaling op 1 september 2015, kon [verzoeker] dus uiterlijk op 1 oktober 2015 verzet instellen. Gesteld noch gebleken is dat hij op enig moment verzet heeft ingesteld. Dit zou tot gevolg hebben dat [verzoeker] in cassatie niet-ontvankelijk is in de hiervoor besproken klachten in de onderdelen 3.1 t/m 3.3.
onderdeel 2mitsdien faalt.
subonderdelen 3.4 en 3.5hebben betrekking op het verval van het hoger beroep.
subonderdeel 3.5klemt de sanctie van verval van het hoger beroep temeer op grond van het fundamentele recht op “acces to court” ingevolge art. 6 EVRM Pro indien met deze sanctie wordt gedreigd dan wel deze sanctie wordt uitgesproken op een tijdstip waarop het procesdebat reeds was afgerond. Het subonderdeel verdedigt de opvatting dat partijen na betaling van het (aanvankelijk) vastgestelde griffierecht op grond van een goede procesorde ervan mogen uitgaan dat hun proceshandelingen in appel niet tevergeefs zullen zijn.
16. Geen tijdige betaling van nageheven griffierecht
onderdeel 3.4van het laatste uitgaat, is deze dus ongegrond.
onderdeel 3.5wel terecht aan dat de eisen van een goede procesorde zich verzetten tegen overeenkomstige toepassing van de sanctie van art. 270 lid 5 Rv Pro wanneer de betaling van het door de griffier vastgestelde bedrag aan griffierecht binnen de voor de memorie van grieven gestelde termijn heeft plaatsgevonden en het partijdebat in hoger beroep reeds is afgerond. In een dergelijke fase van de procedure moeten partijen er in beginsel op kunnen vertrouwen dat het hoger beroep aanhangig is en de tijd, moeite en kosten die zij hebben gestoken in het partijdebat achteraf niet onnodig blijken te zijn geweest omdat het hoger beroep alsnog vervallen wordt verklaard vanwege het griffierecht. Dit brengt m.i. mee dat
onderdeel 3.5doel zou hebben getroffen.
onderdeel 4aangevoerde klacht, waarmee hij opkomt tegen het voorlopige standpunt van de griffier, vervat in rov. 2.2-2.3 van het tussenvonnis, om het verschuldigde griffierecht vast te stellen op NAf 15.000,00.