2.3Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen:
1. Een proces-verbaal van bevindingen informatief gesprek zeden d.d. 24 februari 2019 van de Politie Eenheid Rotterdam met nr. PL1700-2019056744-4. Dit proces-verbaal houdt onder meer in (pagina's 10 tot en met 13):
als relaas van de opsporingsambtenaren:
Wij, verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] , hebben op 23 februari 2019 om 13:30 uur een informatief gesprek gehad met: [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum] 1994.
Feiten en omstandigheden:
Op 22 februari 2019 bevinden [slachtoffer] en haar huisgenootje zich, samen met een gezamenlijke vriendin en het vriendje van [slachtoffer] in hun woning aan de [a-straat] te [plaats] . Hier drinkt [slachtoffer] drie glazen wijn. Het viertal gaat vervolgens naar restaurant [A] om wat te eten en ook daar drinkt [slachtoffer] twee glazen wijn. Hier vandaan vertrekken ze vervolgens naar Club [B] , gelegen aan de [b-straat 1] te [plaats] , waar ze op 23 oktober (het hof leest: februari) 2019 omstreeks 02:00 uur arriveren. In Club [B] dronk [slachtoffer] nog twee biertjes, maar ook nam ze wat slokken van een glas Wodka. [slachtoffer] trekt haar vriend [betrokkene 1] op de dansvloer. Dit is het laatste moment dat zij zich kan herinneren in Club [B] . Het volgende moment wordt [slachtoffer] wakker en voelt dat ze gepenetreerd wordt. Ze voelde een penis in haar vagina. [slachtoffer] voelde zich suf en gaat er vanuit dat het haar vriend [betrokkene 1] is en laat het gaan. Even later hoort [slachtoffer] dat hij klaarkomt. Het geluid wat daarbij gemaakt wordt, herkent ze niet en dan heeft ze het gevoel dat er iets niet klopt. Ze voelt nattigheid bij haar vagina, waardoor ze het idee heeft dat er geen condoom wordt gebruikt. Ze doet op dat moment haar ogen open en ziet dat ze in een ruimte is die ze niet herkent en ook ziet ze een heel andere man. De man omschrijft ze als Antilliaans tussen de 20 en 25 jaar oud. Deze man kent [slachtoffer] niet. Ze zegt: "
Wat the fuck, wie ben jij en waar ben ik?".
[slachtoffer] ziet dan dat ze in een soort opslagruimte is, een soort garage. De man zegt dan dat ze in [plaats] is en uit wat hij verder nog verteld, maakt [slachtoffer] op dat ze meerdere keren seks hebben gehad.
2. Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 4 maart 2019 van de Politie Eenheid Rotterdam met documentcode 1903041524.AMB. Dit proces-verbaal houdt onder meer in (pagina 124 en 125):
als relaas van de opsporingsambtenaren:
Op 26 februari 2019 bevonden wij, verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 3] , ons in de woning van [slachtoffer] .
Zij verklaarde: "Ik had geen idee waar ik was en wie deze man was”.
3. Een rapport van het Nederlands Forensisch Instituut te Den Haag, zaaknummer 2019.02.24.001 (aanvraag 003), d.d. 2 juli 2019, opgemaakt en ondertekend door R. Oosting, NFI-deskundige Forensische Toxicologie. Dit rapport houdt onder meer in (pagina's 190 tot en met 198):
als relaas van de deskundige:
Datum aanvraag: 12 maart 2019
Slachtoffer: [slachtoffer]
Ontvangen op 14 maart 2019 van Forensische Opsporing Politie Eenheid [plaats] .
Tabel 1 Ontvangen materiaal:
SIN Omschrijving
AAKZ5056NL urine$
TAAS4S58NL bloedblok met 2 buizen bloed, zie hieronder.
TAAS4559N bloed*
TAAS4560NL bloed*
$ Pot bevat natrlumfluoride.
* Buis bevat 20 mg natrium fluoride en 143 IU heparinenatrium. Alle lichaamsvloeistoffen worden bewaard bij -20“C
Verkregen informatie
Volgens verkregen informatie zou het voorval hebben plaatsgevonden op 23 februari 2019 omstreeks 04:00 uur. Het bloed en de urine zouden afgenomen zijn op 23 februari 2019 omstreeks respectievelijk 17:45 en 17:30 uur.
Vraagstelling
1. Zijn er in het lichaamsmateriaal van [slachtoffer] ethanol (alcohol), drugs, geneesmiddelen en/of bestrijdingsmiddelen aantoonbaar?
2. Kunnen de aangetoonde stoffen in de gemeten concentraties het bewustzijn/gedrag van [slachtoffer] ten tijde van de bloedafname hebben beïnvloed?
Resultaten
De resultaten van het toxicologisch onderzoek In het lichaamsmateriaal van [slachtoffer] staan in tabel 2.
Tabel 2 Resultaten toxicologisch onderzoek in het lichaamsmateriaal van [slachtoffer]
Stof Stof(groep) Onderzocht materiaal Resultaat
Ethanol alcoholen bloed [TAAS4559NL] niet aangetoond
urine [AAKZ50S6NL] 1,4 mg/ml
Citalopram antidepressiva bloed [TAA54559NLJ 0,052 mg/l
urine [AAKZ5056NL] aangetoond Desmethylcitalopram omzettingsproduct Bloed (TAAS4559NL] niet onderzocht
Citalopram urine [AAK25056NL] aangetoond Toelichting: mg/ml= milligram per milliliter {promille); mg/l= milligram per liter
aangetoond = stof is aangetoond, concentratie niet nauwkeurig bepaald
Ethanolconcentratie In bloed Effecten bij gematigde gebruiker
(in mg/ml= promille)
tot ongeveer 0,2 geen significante effecten
van ongeveer 0,3 tot 0,5 mild gevoel van welbehagen,
enige verslechtering in complexe handelingen
van ongeveer 0,5 tot 1,0 opgewektheid
enige ontremming
verhoogde spraakzaamheid
verstoorde waarneming en vertraagde reactietijd
van ongeveer 1,0 tot 1,5 coördinatiestoornis
onvaste gang
onduidelijk spreken
gedragsveranderingen, zoals agressief en strijdlustig gedrag
van ongeveer 1,5 tot 2,0 duidelijke dronkenschap
significante verslechtering van lichaamsfuncties
misselijkheid en braken
van ongeveer 2,0 tot 3,0 niet zelfstandig kunnen staan
onsamenhangende spraak
slechte spiercontrole /functie
ernstige verstoring van waarneming en beoordelingsvermogen
van ongeveer 3,0 tot 4,0 ernstige verwardheid
bewustzijnsverlies en coma
oppervlakkige ademhaling
kans op overlijden
In de urine is ethanol (alcohol) gemeten in een concentratie van 1,4 mg/ml. In het bloed is geen ethanol aangetoond. Het feit dat er nog wel ethanol in de urine aanwezig is maar niet meer in het bloed, kan passen bij het recent voltooien van de uitscheiding van ethanol uit het lichaam. De gemiddelde eliminatiesnelheid (snelheid waarmee een stof uit het lichaam wordt verwijderd) bedraagt 0,10 tot 0,25 mg/ml/uur.
Op basis van het tijdsinterval van ongeveer 14 uur tussen monstername en voorval, bovengenoemde gemiddelde eliminatiesnelheid en de aanname dat er na het voorval geen sprake is van inname/toediening van ethanol, zal de ethanolconcentratie in het bloed ten tijde van het voorval ten hoogste ongeveer 1,4 tot 3,5 mg/ml zijn geweest.
4. Een proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 23 februari 2019 van de Politie Eenheid Rotterdam met documentcode 1902231815.G. Dit proces-verbaal houdt onder meer in (pagina's 25 tot en met 27):
als de op 23 februari 2019 afgelegde verklaring van [betrokkene 2] :
Ik zou op 22 februari 2019 samen [betrokkene 3] , een vriendin van mij, een avondje gaan stappen. Mijn huisgenoot (naar het hof begrijpt: [slachtoffer] ) was thuis met haar date. Die jongen heet [betrokkene 1] . Wij hebben hen gevraagd om met ons mee te gaan. We hebben eerst thuis wat wijn gedronken met elkaar. Mijn huisgenoot had toen al behoorlijk wat wijn gedronken. Ook hebben we wat shotjes Tequila gedronken.
Ik had al gezien dat mijn huisgenoot genoeg had gedronken. Bij Club [B] zijn we naar een VIP-tafel gegaan. We hadden een fles Wodka. Mijn huisgenoot deed heel raar. Ik vond dat je heel goed kon merken dat zij dronken was. Mijn huisgenoot bleef dus maar drinken en stond op een geven moment op de dansvloer. Daar ging zij KO. Met hulp hebben we mijn huisgenoot naar buiten gedragen. Ik ben de club weer in gegaan en toen ik met [betrokkene 3] naar buiten kwam, zag ik mijn huisgenoot niet meer.
5. Een proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 12 juni 2019 van de Politie Eenheid Rotterdam met documentcode 1906121000.G. Dit proces-verbaal houdt onder meer in (pagina's 182 tot en met 185):
als de op 12 juni 2019 afgelegde verklaring van [betrokkene 4] :
Ik woon op de [c-staat 1] in [plaats] . [verdachte ] (naar het hof begrijpt: de verdachte) is de zoon van mijn buurvrouw. Hij ging zaterdag uit en kwam terug met een meisje. Hij appte of ik de deur kon open maken van de kelder. Ik wist dat hij in de kelder sliep. Ik heb de kelder open gemaakt voor hem. Ik zag een meisje in de auto. Hij heeft het meisje uit de auto getild. Het meisje was half naakt. Ik vroeg aan het meisje hoe het met haar ging. Ze kon niet echt praten Ik zag dat ze had gedronken. Ik herinner mij dat [verdachte ] had gezegd dat zij in de auto had geplast. Ze was echt goed dronken.
Vraag verbalisant: Hoe laat was het?
Antwoord getuige: Vroeg in de ochtend. Ik zie op de app dat het omstreeks 07:23 uur was.
Vraag verbalisant: Dus ze waren niet voor de tijd in de kelderbox?
Antwoord getuige: Nee, dat kan niet. Hij had geen sleutel.
6. Het proces-verbaal van de rechter-commissaris d.d. 16 juli 2019, belast met de behandeling van strafzaken bij de rechtbank Rotterdam . Dit proces-verbaal houdt onder meer in:
als de op 16 juli 2019 tegenover de rechter-commissaris afgelegde verklaring van [betrokkene 4] :
U houdt mij voor dat ik destijds een appje heb gekregen van [verdachte ] om de deur open te doen voor hem en een dame. U vraagt mij naar de staat van haar. Ik kon opmaken dat ze dronken was. Het is mijn conclusie dat ze dronken was. Ik vermoedde wel dat ze dronken was op dat moment; ze kon niet zelf lopen, ze kon niet zelf uit te auto van [verdachte ] komen en toen ze eruit kwam, liep ze wankelend. Ze werd eerst uit de auto getild, toen liep ze wankelend en ik hielp haar een handje.
7. Een proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 26 februari 2019 van de Politie Eenheid Rotterdam met documentcode 1902261100.V. Dit proces-verbaal houdt onder meer in (pagina's 80 tot en met 93):
als de op 26 februari 2019 afgelegde verklaring van de verdachte:
Afgelopen weekend was ik bij Club [B] . Ik was alleen en ik was daar met de auto heen gegaan. Ik was daar rond 2:30 uur. We hebben het nu over 22 februari op 23 februari. Er was een Aziatisch meisje. Ik stond met de auto langs de kant van de weg. Ik zag dat zij een beetje wankelde. Ze oogde dronken. Ze was ook gevallen in het gras.
8. De verklaring van de verdachte afgelegd ter terechtzitting in eerste aanleg van 5 september 2019, inhoudende:
Ik was met de auto van een vriend, een rode Audi. Ik heb mijn auto bij de bushalte geparkeerd. Ik ben uitgestapt en ben een paar keer langs de in/uitgang van Club [B] gelopen. Op een gegeven moment zag ik een dame lopen. Later bleek dat [slachtoffer] te zijn. [slachtoffer] is de voornaam van [slachtoffer] . Ze was helemaal alleen.
De dame stapte bij mij in.
Nadat de dame in mijn auto was gestapt ben ik richting de [d-straat] gereden. In Zuid aangekomen heb ik de auto in de buurt van een Surinaams restaurantje geparkeerd. Ik heb haar gevingerd en zij heeft mij oraal bevredigd. Vervolgens hebben we vaginale seks gehad. We hebben door de hele auto seks gehad. Ik heb de buurman van mijn moeder gebeld, [betrokkene 4] . Ik heb hem gevraagd of hij de toegangsdeur naar de garageboxen voor mij kon openen. Bij de ingang van de kelderboxen aangekomen heb ik op het trottoir geparkeerd. [betrokkene 4] heeft de toegangsdeur geopend. Toen ik de auto had geparkeerd ben ik naar de kelderbox gegaan en toen lag [slachtoffer] op de bank. Ik ben bij haar op de bank gaan liggen. We hebben toen anale seks gehad.
9. De verklaring van de verdachte afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep op 3 februari 2022, inhoudende:
Ze (het hof begrijpt: [slachtoffer] ) was wel onvast ter been en ik heb gezien dat ze op het gras was gevallen.
10. Een proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 28 februari 2019 van de Politie Eenheid Rotterdam met documentcode 1902280940V. Dit proces-verbaal houdt onder meer in (pagina's 114 tot en met 120):
als de op 28 februari 2019 afgelegde verklaring van de verdachte:
[slachtoffer] en ik hebben seks gehad nadat ik ben klaargekomen in haar vagina.
11. De eigen waarneming van het hof, inhoudende dat op de camerabeelden van het bestand Club [B] is te zien dat [slachtoffer] bij het verlaten van Club [B] zonder aanleiding valt en dat zij duidelijk dronken oogt.’