In deze zaak stond centraal de vraag of het gerechtshof ’s-Hertogenbosch terecht het arrest van 11 maart 2014 had ingetrokken en vervangen door een nieuw arrest van 10 juni 2014. De zaak betreft een civiel geschil tussen [eiser] en [verweerster] c.s. over vorderingen tot afdracht van gelden en goederen en de rechtmatigheid van conservatoire beslagen.
Het hof had het arrest van 11 maart 2014 ingetrokken na een administratieve fout waarbij een antwoordakte van [verweerster] c.s. niet was meegewogen, en vervolgens een nieuw arrest gewezen. De Hoge Raad oordeelt dat dit handelen in strijd is met het gesloten stelsel van rechtsmiddelen en dat de rechter niet zelf de rechtskracht van zijn uitspraak kan aantasten, ook niet met instemming van partijen.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van 10 juni 2014 en bepaalt dat het arrest van 11 maart 2014 rechtskracht behoudt. Partijen krijgen de mogelijkheid alsnog cassatieberoep in te stellen tegen het arrest van 11 maart 2014 binnen een termijn van drie maanden na deze uitspraak. Tevens worden de proceskosten aan [verweerster] c.s. opgelegd.