Conclusie
eerste middelbehelst de klacht dat het hof het onder 2 bewezen verklaarde uitsluitend heeft doen steunen op de verklaring van één getuige.
tweede middelbehelst de klacht dat het hof het onder 3 bewezen verklaarde uitsluitend heeft doen steunen op de verklaring van één getuige. Het
derde middelklaagt dat de bewezenverklaring van feit 4 uitsluitend steunt op de verklaring van één getuige. Beide feiten zien op hennepkwekerijen te Veghel en Luyksgestel. De middelen lenen zich voor een gezamenlijke bespreking.
Ten aanzien van feit 3 en 4
vierde middelbevat de klacht dat het hof niet althans ontoereikend gemotiveerd dezelfde straf heeft opgelegd als door de officier van justitie en de advocaat-generaal bij het hof gevorderd, terwijl het de verdachte van twee feiten heeft vrijgesproken.
vijfde middelbehelst de klacht dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM in de cassatiefase is overschreden.
zesde middelklaagt, mede gezien de toelichting, over de toewijzing van de vordering van de benadeelde partij, terwijl een groot deel van de gevorderde immateriële schadevergoeding in de zaak van de medeverdachte [betrokkene 2] reeds door de verzekeraar aan de aangever is uitgekeerd.