Conclusie
eerste middelbevat de klacht dat het hof in strijd met art. 359, tweede lid, tweede volzin, Sv niet in het bijzonder de redenen heeft opgegeven waarom het is afgeweken van het uitdrukkelijk onderbouwde standpunt dat het bewijs in essentie slechts berust op de verklaring van één getuige, te weten [betrokkene 1]. Aangevoerd wordt dat het hof heeft nagelaten nader te motiveren waarom en in hoeverre de verklaring van [betrokkene 1] in voldoende mate wordt ondersteund door de overige gebezigde bewijsmiddelen en dus waarom naar het oordeel van het hof is voldaan aan het wettelijk bewijsminimum. Met name ten aanzien van de als bewijsmiddel 8 gebezigde verklaring van [betrokkene 2] had het hof nader moeten motiveren waarom het meende die verklaring te kunnen aanmerken als onafhankelijk steunbewijs. Nu dit is nagelaten, is de afwijking van het uitdrukkelijk onderbouwde standpunt ontoereikend gemotiveerd.
tweede middelklaagt dat de bewezenverklaring niet naar de eis der wet met redenen is omkleed omdat deze de facto is gebaseerd op de verklaring van getuige [betrokkene 1] die niet voldoende wordt ondersteund door de overige bewijsmiddelen.
unus testis nullus testis-regel lenen zij zich voor gezamenlijke bespreking.
- [betrokkene 1] verteld dat voornoemde [slachtoffer] van haar wilde scheiden en dat zij (daardoor) (veel) geld zou kwijtraken/mislopen en
- aan [betrokkene 1] gevraagd om, al dan niet samen met (een) ander(en), [slachtoffer] van het leven te beroven en
- aan [betrokkene 1] een foto overhandigd waarop [slachtoffer] was afgebeeld en
- [betrokkene 1] een (aanzienlijk) geldbedrag in het vooruitzicht gesteld en
- meermalen met [betrokkene 1] (telefonisch) contact opgenomen en/of in zijn woning bezocht en
- meermalen [betrokkene 1] inlichtingen verschaft omtrent dag(en) en/of tijdstip(pen) waarop [slachtoffer] zich in zijn auto zou gaan verplaatsen en diens bestemming(en) opgegeven, teneinde [slachtoffer] te kunnen volgen en vervolgens [slachtoffer] van het leven te kunnen beroven.”
- dat hij en [betrokkene 2] kennis hebben aan een stel, [slachtoffer] en [verdachte], dat woont aan [b-straat];
- dat [slachtoffer] deze week (hof: 9 september 1999) in zijn zaak aan de [c-straat 1] was afgeschoten;
- dat [verdachte] al anderhalf jaar terug aan [betrokkene 1] had gevraagd [slachtoffer] dood te schieten;
- dat [betrokkene 1] had toegezegd dit te zullen doen;
- dat [betrokkene 1] [betrokkene 3] had benaderd dit voor hem te doen;
- [betrokkene 3] inmiddels zou zijn overleden.
[betrokkene 2]
en
[betrokkene 1].
derde middelkomt erop neer dat het hof in strijd met art. 359, tweede lid tweede volzin, Sv onvoldoende de redenen heeft opgegeven waarom het is afgeweken van het uitdrukkelijk onderbouwde standpunt dat de verklaringen van [betrokkene 1] en [betrokkene 2] wegens onbetrouwbaarheid van het bewijs moeten worden uitgesloten.