Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Uitgangspunten in cassatie
3.De oordelen van de Rechtbank
4.De oordelen van het Hof
5.Voorafgaande overwegingen
,van de Wet WOZ niet van toepassing op de gegevens waarop de gebruikte indexeringsfactor is gebaseerd.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de WOZ-waarde en aanslag onroerendezaakbelasting van zijn woning voor 2021 en verzocht om inzage in onder meer KOUDVL-correcties en indexeringspercentages. De heffingsambtenaar verstrekte een taxatiematrix maar geen correctiepercentages of onderbouwing van de indexering.
De Rechtbank oordeelde dat de waarde niet te hoog was vastgesteld en kende een beperkte immateriële schadevergoeding toe wegens termijnoverschrijding. Het Hof bevestigde dat artikel 40 lid 2 Wet Pro WOZ niet was geschonden, maar matigde de schadevergoeding en matigde de proceskostenvergoeding in hoger beroep.
De Hoge Raad formuleert algemene regels over de uitleg van artikel 40 lid 2 Wet Pro WOZ, benadrukt dat alleen gegevens die daadwerkelijk zijn gebruikt en in stukken zijn vastgelegd verstrekt hoeven te worden, en dat kennis en ervaring niet onder de informatieplicht vallen. De Hoge Raad vernietigt het oordeel over de immateriële schadevergoeding en houdt verdere beslissing aan voor nadere feitenonderzoek.
De zaak betreft de afweging tussen transparantie van waardevaststelling en praktische grenzen aan de informatieplicht van de heffingsambtenaar, met nadruk op het belang van voldoende specifieke verzoeken door belanghebbenden en de reikwijdte van de informatieplicht.
Uitkomst: De Hoge Raad verduidelijkt de informatieplicht van de heffingsambtenaar op grond van artikel 40 lid 2 Wet WOZ en wijst de zaak terug voor nadere beoordeling van de proceskostenvergoeding.