ECLI:NL:HR:2024:290
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt dat belanghebbende in bezwaarfase WOZ-waarde niet alle onderliggende gegevens hoeft te verzoeken
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning, waarbij hij meende dat de gebruikte indexeringspercentages niet inzichtelijk waren gemaakt. Het Gerechtshof 's-Hertogenbosch oordeelde dat de heffingsambtenaar niet verplicht was om uit eigen beweging aanvullende gegevens te verstrekken, omdat belanghebbende in de bezwaarfase niet specifiek om deze gegevens had verzocht.
In cassatie stelde belanghebbende dat deze opvatting onjuist was en dat hij niet hoefde aan te geven welke gegevens ontbraken. De Hoge Raad bevestigde dat een verzoek om gegevens op grond van artikel 40, lid 2, Wet WOZ voldoende specifiek moet zijn en dat het doel van deze bepaling is om informatieachterstanden weg te nemen zodat bezwaarprocedures zinvol kunnen verlopen.
De Hoge Raad concludeerde dat indien een belanghebbende in de bezwaarfase niet aangeeft bepaalde gegevens te missen, zoals de indexeringscijfers, kan worden aangenomen dat deze gegevens niet nodig zijn voor de controle van de WOZ-waarde. Daarnaast verwierp de Hoge Raad de overige klachten zonder nadere motivering en wees hij proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt dat belanghebbende in de bezwaarfase niet verplicht is om uit eigen beweging alle onderliggende gegevens te verzoeken.