Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[Beheer] B.V.,
Semax B.V.,
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/01/202943/HA ZA 09-2705)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven;
- de memorie van antwoord;
- de akte van [directeur Beheer] van 7 oktober 2014;
- de antwoordakte van Van Lanschot van 11 november 2014.
3.De beoordeling
- uw huidige totaal te beleggen vermogen in [Beheer] B.V. bedraagt circa € 7.700.000,- (..), waarvan u op termijn € 3.500.000,- bij Van Lanschot (..) wil beleggen;
- u heeft een defensief risicoprofiel;
- u wenst een rendement van 5% tot 6% gemiddeld per jaar;
- (..)
- u heeft een beleggingshorizon van minimaal 10 jaar;
- Obligaties 80% (..)
- Aandelen/garantiecontracten 20% (..)”
- U verwacht de komende 5 jaar uit deze portefeuille aanvullend inkomen nodig te hebben.
- Met het beleggen van de betreffende portefeuille streeft u naar grotendeels verwerven van inkomen en een beperkte mate van vermogensgroei.
- Het geld waarmee u belegt, heeft u de komende tien jaar niet voor andere doeleinden nodig.
- U heeft langer dan 7 jaar ervaring met aandelenbeleggingen.
- Met het beleggen van de betreffende portefeuille streeft u naar grotendeels verwerven van rente- en dividendinkomsten en een beperkte mate van vermogensgroei;
- Het geld waarmee uw onderneming belegt, is de komende tien jaar niet voor andere doeleinden nodig.
- Uw onderneming heeft langer dan 7 jaar aandelen (gerelateerde) beleggingen in de portefeuille.
Het hof begrijpt uit hetgeen Van Lanschot in de memorie van antwoord (par. 81) heeft aangevoerd dat zij, indien haar enig verwijt te maken valt ten aanzien van haar advisering, (enkel) haar (subsidiaire) beroep op finale kwijting, althans afstand van recht, rechtsverwerking (artikel 6:89 BW Pro) en eigen schuld (artikel 6:101 BW Pro) handhaaft. Het hof ziet aanleiding het beroep op finale kwijting en rechtsverwerking te behandelen alvorens de grieven worden besproken.
1. of door de hoeveelheid perpetuals en steepeners die op advies van Van Lanschot zijn aangekocht de obligatieportefeuilles gezien het defensief risicoprofiel te risicovol waren ingericht en, zo ja, of Van Lanschot voorafgaand aan de aankoop van deze financiële instrumenten [directeur Beheer] uitdrukkelijk heeft gewaarschuwd dat de obligatieportefeuilles hierdoor niet meer overeenstemden met het vastgestelde risicoprofiel;
“Er zijn veel momenten waarop ik meneer [directeur Beheer] schriftelijk of mondeling heb geïnformeerd over de aard en de risico’s van complexe obligaties. Bij een aankoopadvies wijs je de klant er altijd op wat het debiteurenrisico, kredietwaardigheid, looptijd, rentestand en de bijzondere karakteristieken van de bijzonder titel zijn. Dat heb ik bij mij [directeur Beheer] ook altijd gedaan (..) We hebben [directeur Beheer] ook via de email geïnformeerd. Mijn aantekeningen raadplegende zie ik een email van 28 april 2003 waarin staat vermeld de rentestand, de rating, het renteplafond en de oneindige looptijd van de betrokken Perpetual. Ik wijs verder op een email van 8 oktober 2004 waar het gaat over de achterstelling en de (..) rating (..). Deze lagere rating had te maken met het achtergesteld karakter van de lening. (..) [directeur Beheer] maakte de indruk dat hij begreep waar ik het over had. Ik heb die stellige indruk omdat de gesprekken 3 á 4 uur duurde. Het ging om gesprekken bij [directeur Beheer] thuis, die hielden we 4 á 5 keer per jaar. En dan bespraken wij diepgaand de samenstelling en de individuele titels van de beleggingsportefeuille. [directeur Beheer] wilde het naadje van de kous weten. Hij hield pas op als hij het snapte. Als hij het niet begreep vroeg hij gewoon verder en moest ik het verder uitleggen.(..) ”
Als [getuige] mij opbelt en mij een advies tot aankoop gaf. U vraagt mij of er dan altijd is gesproken over rendement en veiligheid. Dat kan ik mijn niet herinneren. Dat kan best zo zijn maar niet in de vorm van een waarschuwing. Ik kreeg informatie en vroeg dan past het binnen de portefeuille. Het antwoord was dan ja, en dan zei ik doe het dan maar. (..) Onder waarschuwen versta ik meer ontraden en dat is uiteraard niet gebeurd want als het niet binnen mijn beleggingsprofiel had gepast dan zouden ze het niet hebben aangeboden mag ik veronderstellen.”
Vaststaat dat Van Lanschot voor deze overschrijding niet heeft gewaarschuwd. Aan het hof ligt ter beantwoording voor of er causaal verband bestaat tussen de schending van de waarschuwingsplicht en de beslissing van [directeur Beheer] tot de (verdere) aankoop van de door Van Lanschot geadviseerde perpetuals en steepeners als gevolg waarvan de portefeuilles niet meer overeenstemden met het vastgestelde risicoprofiel. Op [directeur Beheer] rust de stelplicht, en bij voldoende betwisting, de bewijslast van het causaal verband tussen de schending door Van Lanschot van haar zorgplicht en de door [directeur Beheer] geleden schade die voorkomt uit deze (verkeerde) beleggingsbeslissing van [directeur Beheer] (HR 3 februari 2012, ECLI:NL:HR: 2012:BU4914).
Defensief profiel”immers vermeld
: “De belegger: (..) streeft naar een gemiddeld jaarlijks positief rendement* van 6% op de lange termijn”. Naar het oordeel van het hof dient derhalve in beginsel te worden aangenomen dat, indien Van Lanschot niet in haar zorgplicht (de waarschuwingsplicht ter zake de overschrijding van het vastgestelde risicoprofiel) was tekortgeschoten, [directeur Beheer] niet tot (verdere) aankoop van de door Van Lanschot geadviseerde perpetuals en steepeners zou zijn overgaan op het moment dat dit tot een hoger risicoprofiel voor de obligatieportefeuilles zou hebben geleid. Van Lanschot heeft niet genoegzaam onderbouwd dat [directeur Beheer] tot verdere aankoop van deze door Van Lanschot geadviseerde instrumenten zou zijn overgegaan indien Van Lanschot niet in deze zorgplicht was tekortgeschoten, zodat het oorzakelijk verband kan worden aangenomen.