ECLI:NL:HR:2013:BY4600
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over bijzondere zorgplicht bank en klachttermijn bij beleggingsadviesrelatie
In deze zaak staat de beleggingsadviesrelatie tussen Rabobank en particuliere cliënten centraal, waarbij de bank wordt verweten tekortgeschoten te zijn in haar bijzondere zorgplicht. Eisers stelden dat Rabobank onvoldoende had geïnformeerd over risico's en niet tijdig had gewaarschuwd voor de gevolgen van beleggingsbeslissingen. De rechtbank en het hof hadden de vorderingen afgewezen wegens het niet tijdig protesteren binnen de klachttermijn van art. 6:89 BW Pro.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof Amsterdam en verwijst de zaak naar het hof Den Haag voor verdere behandeling. De Hoge Raad benadrukt dat bij toepassing van art. 6:89 BW Pro op beleggingsadviesrelaties rekening moet worden gehouden met de bijzondere aard van de relatie, de zorgplicht van de bank, en de omstandigheden waaronder de cliënt redelijkerwijs bekend had moeten zijn met het tekortschieten van de bank.
De Hoge Raad stelt dat het oordeel van het hof dat het tijdsverloop tussen ontdekking van het gebrek en het protesteren slechts onder bijzondere omstandigheden niet tot verval leidt, onjuist is. Er moet een belangenafweging plaatsvinden waarbij ook het nadeel voor de bank door het late protest wordt betrokken. Tevens is van belang dat de cliënt niet zonder meer hoeft te vermoeden dat de bank tekortschiet bij tegenvallende rendementen.
De beslissing bevestigt dat de klachttermijn niet rigide kan worden toegepast zonder rekening te houden met de specifieke omstandigheden van de beleggingsadviesrelatie en de noodzaak voor de cliënt om deskundig onderzoek te verrichten. De bank wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding, en het incidentele beroep van Rabobank wordt verworpen.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest hof Amsterdam en verwijst zaak naar hof Den Haag voor verdere behandeling.