Belanghebbende stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Gelderland inzake een WOZ-beschikking. Het hof verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk vanwege het niet tijdig en volledig betalen van het griffierecht van €519. Belanghebbende tekende verzet aan tegen deze beslissing.
In het verzet voerde belanghebbende aan dat de griffierechtnota niet correct was geadresseerd, dat er onterecht meerdere griffierechtnota's werden verzonden vanwege samenhangende besluiten, dat er sprake was van een betalingsfout en dat er sprake was van betalingsonmacht. Tevens werd verzocht om uitstel van betaling en terugbetaling van het reeds betaalde bedrag van €5,19. Ook werd een vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn gevraagd.
Het hof oordeelde dat de griffierechtnota voldoende duidelijk was en conform de wettelijke eisen was verzonden aan de gemachtigde. De samenhang van besluiten leidde niet tot meerdere verschuldigde griffierechten, maar tot één bedrag van €519, dat niet volledig was betaald. Het beroep op betalingsonmacht was niet tijdig gedaan en niet aannemelijk gemaakt. Het verzoek om uitstel was te laat ingediend. Terugbetaling van het betaalde griffierecht was niet aan de orde omdat het hoger beroep niet-ontvankelijk was verklaard. Er was geen sprake van een overschrijding van de redelijke termijn.
Het verzet werd daarom ongegrond verklaard en de proceskosten werden niet toegewezen.