Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
[Z](hierna: belanghebbende)
heffingsambtenaarvan de
gemeente Hilversum(hierna: de heffingsambtenaar)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd wegens het ontbreken van een zichtbaar parkeerkaartje. De heffingsambtenaar vernietigde de aanslag op bezwaar, maar weigerde een proceskostenvergoeding toe te kennen. De rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond. In hoger beroep betoogde belanghebbende dat het verweerschrift onrechtmatig was ingediend en dat de parkeercontroleur geen beëdigd ambtenaar was. Ook stelde hij dat de hoor- en inzageplicht waren geschonden.
Het Hof stelde vast dat het verweerschrift rechtsgeldig was ingediend door een bevoegde gemachtigde en dat de parkeercontroleur met normale zorgvuldigheid had vastgesteld dat geen parkeerkaartje zichtbaar was, ondersteund door foto’s. De niet-verschijning van belanghebbende en zijn niet-onderbouwde stelling dat het kaartje op een onzichtbare plek lag, konden dit niet veranderen. De naheffingsaanslag was niet onrechtmatig opgelegd.
Verder oordeelde het Hof dat de heffingsambtenaar terecht afzag van het horen en inzage bij de beslissing over de proceskostenvergoeding, omdat het verzoek kennelijk ongegrond was. Het beroep op schending van hoor- en inzageplicht faalde, evenals het beroep op een WOB-verzoek dat niet was ingediend. Het Hof bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd zonder toekenning van proceskostenvergoeding.