Uitspraak
Totstandkoming van de bestreden besluiten
Oordeel van de rechtbank
Bijkomend besluit
Oordeel van de Raad
Schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn
Conclusies en gevolgen
Beslissing
- vernietigt de aangevallen uitspraak van 30 oktober 2019, voor zover het beroep tegen het boetebesluit ongegrond is verklaard en voor zover de rechtbank het verrekeningsbesluit van 20 december 2018 niet heeft betrokken in de beoordeling;
- verklaart het beroep gericht tegen het besluit van 9 juli 2018 gegrond;
- vernietigt het besluit van 9 juli 2018 voor zover het de hoogte van de boete betreft;
- stelt het boetebedrag vast op € 722,77 en bepaalt dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van het vernietigde deel van het besluit van 9 juli 2018;
- bevestigt de aangevallen uitspraak van 30 oktober 2019 voor het overige;
- veroordeelt het college in de door appellant gemaakte proceskosten tot een bedrag van € 3.348,-;
- bepaalt dat het college aan appellant het door hem in beroep betaalde griffierecht tot een bedrag van € 46,- vergoedt;
- vernietigt de aangevallen uitspraak van 9 oktober 2020;
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het besluit van 8 mei 2019, voor zover daarbij is beslist over de verrekening die samenhangt met de vordering uit het besluit van 7 februari 2018;
- veroordeelt de Staat tot betaling aan appellant van een vergoeding van immateriële schade tot een bedrag van € 500,-;
- veroordeelt het college in de door appellant gemaakte proceskosten tot een bedrag van € 3.348,-;
- veroordeelt de Staat in de door appellant gemaakte proceskosten tot een bedrag van € 418,50;
- bepaalt dat het college aan appellant het door hem in beroep betaalde griffierecht tot een bedrag van € 47,- vergoedt;