ECLI:NL:CRVB:2024:829
Centrale Raad van Beroep
- Schadevergoedingsuitspraak
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over verrekening WGA-uitkering, bijstand en proceskosten in sociale zekerheidsrecht
Deze uitspraak van de Centrale Raad van Beroep betreft meerdere procedures tussen betrokkene, het UWV en het college van burgemeester en wethouders van Sittard-Geleen over de vaststelling van arbeidsongeschiktheid, de verrekening van WGA-uitkeringen met bijstand, en de vergoeding van proceskosten en schade wegens overschrijding van de redelijke termijn.
Betrokkene was arbeidsongeschikt verklaard met een mate van 64,33% per 6 oktober 2020, wat hij betwistte en een hogere mate van arbeidsongeschiktheid vorderde. De Raad bevestigde de eerdere beoordeling van het UWV, waarbij rekening is gehouden met medische beperkingen en passende functies. Daarnaast speelde de vraag of het college eerst een formeel terugvorderingsbesluit moest nemen voordat het UWV tot verrekening kon overgaan. De Raad oordeelde dat dit inderdaad vereist is en dat de correspondentie tussen UWV en college geen rechtsgevolg voor betrokkene heeft.
Verder werd de verrekening van een kostenvergoeding met een openstaande vordering door het UWV beoordeeld. Hoewel het besluit niet deugdelijk was gemotiveerd, kon dit gebrek worden gepasseerd omdat betrokkene daardoor niet werd benadeeld. De toepassing van een bijzonder tarief bij inhouding van loonheffing op een nabetaling werd eveneens bevestigd als redelijk.
Ten slotte werd vastgesteld dat de redelijke termijn in zowel de bestuursrechtelijke als rechterlijke fase was overschreden, waardoor schadevergoedingen werden toegekend aan betrokkene, en dat het UWV, college en Staat werden veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt delen van de aangevallen uitspraken, bevestigt de noodzaak van een formeel terugvorderingsbesluit, wijst proceskostenvergoedingen en schadevergoedingen toe wegens overschrijding van de redelijke termijn.