ECLI:NL:CRVB:2021:527
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- E.J.J.M. Weyers
- J.T.H. Zimmerman
- F.M. Rijnbeek
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing Wajong-aanvraag en toekenning schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn
Appellant heeft meerdere Wajong-aanvragen ingediend sinds 2008, telkens afgewezen wegens ontbreken van nieuwe feiten of onvoldoende toename van arbeidsongeschiktheid. Het Uwv en de rechtbank oordeelden dat de beperkingen zoals vastgesteld in 2008 correct waren en dat appellant niet voldeed aan de voorwaarden voor toekenning van een Wajong-uitkering, ook niet onder de Wajong 2015.
Appellant stelde in hoger beroep dat het Uwv ten onrechte ook over Wajong 2015-aanspraken had beslist en dat er wel nieuwe feiten waren. De Centrale Raad van Beroep volgde het Uwv en de rechtbank en oordeelde dat geen sprake was van nieuwe feiten of een wezenlijke toename van beperkingen. De regeling voor toegenomen arbeidsongeschiktheid was niet van toepassing omdat de wachttijd niet was vervuld.
Daarnaast werd het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn gehonoreerd. De procedure duurde ruim vier jaar en zes maanden, waarbij de redelijke termijn met zes maanden werd overschreden. De Staat werd veroordeeld tot betaling van €500 schadevergoeding en €534 proceskosten aan appellant.
Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak wordt met verbetering van gronden bevestigd.
Uitkomst: Hoger beroep wordt verworpen; geen toekenning Wajong-uitkering; schadevergoeding van €500 toegekend wegens overschrijding redelijke termijn.