ECLI:NL:RBZWB:2023:1149
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Herzieningsverzoek Wajong-uitkering afgewezen wegens ontbreken nieuwe feiten en onvolledige Amberbeoordeling
Eiser verzocht het UWV om herziening van het besluit van 26 oktober 2012 waarin zijn aanvraag voor een Wajong-uitkering werd afgewezen. Het UWV wees dit verzoek af omdat er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren die een herziening rechtvaardigden en omdat er geen sprake was van toegenomen arbeidsongeschiktheid binnen vijf jaar na de initiële beoordeling.
Eiser stelde dat het UWV een onjuist toetsingskader hanteerde, dat er medische onjuistheden waren en dat er sprake was van toegenomen arbeidsongeschiktheid. Tevens klaagde hij over een onzorgvuldige beoordeling door de verzekeringsarts in bezwaar en beroep. Het UWV handhaafde echter dat de beoordeling in 2012 correct was en dat de medische stukken geen nieuwe feiten bevatten.
De rechtbank oordeelde dat het UWV terecht het toetsingskader van de Wajong 2010 toepaste en dat er geen nieuwe medische feiten waren die aanleiding gaven het besluit van 2012 te herzien. Wel constateerde de rechtbank dat de Amberbeoordeling, die ziet op de periode van vijf jaar na het einde van de studie, niet volledig was uitgevoerd omdat de verzekeringsartsen deze periode niet hadden onderzocht.
Daarom vernietigde de rechtbank het besluit voor zover het de Amberbeoordeling betreft wegens een zorgvuldigheids- en motiveringsgebrek en gaf het UWV de gelegenheid dit te herstellen binnen een termijn van acht weken. Over de overige punten blijft het besluit van het UWV in stand. De rechtbank hield verdere beslissingen aan tot de einduitspraak.
Uitkomst: Het beroep wordt afgewezen voor de herziening van het besluit uit 2012, maar gegrond verklaard voor de Amberbeoordeling; het UWV krijgt gelegenheid het besluit te herstellen.