Uitspraak
H. van der Most en mr. M.M.T. Wickenhagen. Het onderzoek ter zitting is op 8 december 2017 geschorst. Daarbij is bepaald dat het vooronderzoek werd hervat.
- veroordeelt de Staat der Nederlanden (Ministerie van Justitie en Veiligheid) tot vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn tot een bedrag van in totaal € 2.600,-, waarvan € 325,- is bedoeld voor [naam bedrijf] en € 325,- voor elk van de zeven natuurlijke personen bedoeld in bijlage 1 onder de nummers 6, 10, 17, 19, 29, 33 en 41;
- veroordeelt de Svb tot vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn tot een bedrag van in totaal € 400,-, waarvan € 50,- is bedoeld voor [naam bedrijf] en € 50,- voor elk van de zeven natuurlijke personen bedoeld in bijlage 1 onder de nummers 6, 10, 17, 19, 29, 33 en 41;
Bijlage 1
[betrokkene 14] , overleden op 21 april 2017)
derde-partij)
[betrokkene 15] )
[betrokkene 16] )
[betrokkene 17] )
[betrokkene 2] )
[betrokkene 1] , overleden op 11 september 2015)
[betrokkene 7] )
[betrokkene 19] )
[betrokkene 20] )
[betrokkene 21] )
[betrokkene 22] )
[betrokkene 3] )
8 oktober 2012 t/m 1 oktober 2014
[betrokkene 23] )
[betrokkene 6] )
[betrokkene 25] )
[betrokkene 27] )
[betrokkene 11] )
18 januari 2013 t/m 31 maart 2013
[betrokkene 30] )
[betrokkene 31] )
[betrokkene 8] )
[betrokkene 32] )
[betrokkene 33] )
[betrokkene 34] )
[betrokkene 35] )
[betrokkene 36] )
[betrokkene 9] )
[betrokkene 10] )
[betrokkene 4] )
[betrokkene 38] )
Bijlage 2
2. (…)’
Degene die in twee of meer lidstaten werkzaamheden verricht, stelt het orgaan dat is aangewezen door de bevoegde autoriteit van de lidstaat van woonplaats, daarvan in kennis.