Uitspraak
16.5528 ZW
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;
- veroordeelt het Uwv in de proceskosten van betrokkene in hoger beroep tot een bedrag van € 1.024,-.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
De zaak betreft een hoger beroep van het UWV tegen een uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant over de beoordeling van de Ziektewet (ZW) uitkering van een werkneemster met twee dienstverbanden. De werkneemster was in 2014 werkzaam bij twee werkgevers: betrokkene (een B.V. binnen een holding) en een stichting. Na ziekmelding en het einde van loondoorbetaling door betrokkene, stelde het UWV een ZW-uitkering vast.
De rechtbank oordeelde dat het UWV ten onrechte alleen het dienstverband bij betrokkene als maatstaf had genomen voor de beoordeling van het verdienvermogen, terwijl bij meerdere dienstverbanden de gecombineerde arbeid als maatstaf geldt. Het UWV wijzigde in hoger beroep haar standpunt en motiveerde het besluit nader, waarbij zij alleen rekening hield met het dienstverband waarvoor recht op ZW bestaat.
De Centrale Raad van Beroep constateert dat partijen het gewijzigde standpunt van het UWV accepteren en dat het geschil feitelijk is komen te vervallen. Hierdoor ontbreekt het UWV aan voldoende procesbelang om het hoger beroep voort te zetten. De Raad verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk en veroordeelt het UWV in de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: Het hoger beroep van het UWV wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang.