ECLI:NL:CRVB:2017:297
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- F. Hoogendijk
- G.M.G. Hink
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens verzwegen gezamenlijke huishouding
Appellante ontving bijstand als alleenstaande ouder, maar het college stelde na onderzoek vast dat zij vanaf 1 juli 2012 een gezamenlijke huishouding voerde met H, hetgeen zij niet had gemeld. Het college beëindigde en trok de bijstand in en vorderde de kosten terug. De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond.
In hoger beroep betoogde appellante onder meer dat het onderzoek onrechtmatig was en dat de waarnemingen en het huisbezoek niet als bewijs mochten dienen. De Raad oordeelde dat het college op grond van artikel 53a WWB bevoegd was tot het stapsgewijs inzetten van onderzoeksmiddelen, waaronder waarnemingen vanaf de openbare weg en huisbezoek, en dat deze proportioneel en subsidiar waren. De verklaring van appellante tijdens het verhoor en verklaringen van omwonenden ondersteunden het standpunt van het college dat sprake was van een gezamenlijke huishouding.
Appellante slaagde er niet in aannemelijk te maken dat zij recht had op bijstand naar de gehuwdennorm, mede door het ontbreken van relevante inkomensspecificaties. Ook haar verzoek om aanhouding van de procedure werd afgewezen. De Raad bevestigde daarom de bestreden uitspraken en wees de verzoeken om schadevergoeding af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens verzwegen gezamenlijke huishouding en wijst de verzoeken om schadevergoeding af.