ECLI:NL:CRVB:2012:BW8094
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenplicht en gezamenlijke huishouding
Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam vorderde bijstandskosten terug van betrokkene 1 en betrokkene 2 over de periode 1 december 2009 tot 30 april 2010, omdat betrokkene 1 een gezamenlijke huishouding met betrokkene 2 niet had gemeld. De rechtbank vernietigde deze terugvordering, stellende dat betrokkene 2 geen inkomen of vermogen had en dat bijstand naar de norm van gehuwden zou zijn verstrekt als de inlichtingenplicht was nagekomen.
In hoger beroep betoogde het college dat betrokkene 2 niet aannemelijk had gemaakt dat hij geen inkomen of vermogen had en dat door de schending van de inlichtingenplicht geen arbeidsgerichte begeleiding kon worden geboden. De Raad stelde vast dat uit onderzoek bleek dat betrokkene 2 geen inkomsten of vermogen had en dat het college dit ook erkende.
De Raad overwoog dat het ontbreken van de gezamenlijke huishouding de mogelijkheid tot het opleggen van arbeidsverplichtingen aan betrokkene 2 belemmerde, maar dat dit geen nadeel opleverde omdat betrokkene 2 later een traject volgde en de bijstand hervatte. De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank dat het college in redelijkheid geen gebruik kon maken van de terugvordering en veroordeelde het college in de proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het college in redelijkheid geen gebruik kon maken van de terugvordering van bijstandskosten.