ECLI:NL:CRVB:2022:29
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet gemelde autohandel
Appellanten ontvingen bijstand sinds 2001. Naar aanleiding van een melding ongebruikelijke transacties (MOT) onderzocht de gemeente Den Haag de rechtmatigheid van de bijstand. Uit het onderzoek bleek dat tussen februari 2010 en december 2016 acht kentekens van auto's op naam van appellant stonden die kortdurend van tenaamstelling veranderden, wat wijst op autohandel.
Het college trok de bijstand over diverse maanden in en vorderde de kosten terug, omdat appellanten de inlichtingenverplichting schonden door deze transacties niet te melden. Appellanten voerden aan dat zij geen handel dreven en dat de auto’s niet van hen waren, maar dit werd verworpen omdat redelijkerwijs duidelijk was dat deze transacties invloed hadden op het recht op bijstand.
De Raad oordeelde dat het college bevoegd was tot het onderzoek en dat de terugvordering niet verjaard was. Appellanten slaagden er niet in aannemelijk te maken dat zij recht hadden op bijstand in de betreffende maanden. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens niet gemelde autohandel worden bevestigd.