ECLI:NL:CRVB:2016:2910
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling hoger beroep tegen niet tijdig besluit maatschappelijke opvang Wmo
Appellanten, vreemdelingen zonder aanspraak op voorzieningen volgens de Vreemdelingenwet 2000, verzochten op 2 mei 2014 om continuering van maatschappelijke opvang na beëindiging van hun opvang in de Vluchthaven te Amsterdam.
Zij stelden het college op 9 mei 2014 in gebreke wegens het niet tijdig nemen van besluiten en dienden op 30 mei 2014 beroep in tegen deze niet tijdige besluiten. De voorzieningenrechter verklaarde deze beroepen niet-ontvankelijk omdat de ingebrekestelling te vroeg was en de redelijke beslistermijn nog niet was verstreken.
Het college nam uiteindelijk besluiten waarbij aan één appellant tijdelijke opvang werd toegekend en aan anderen werd geweigerd omdat zij gebruik konden maken van opvang in vrijheidsbeperkende locaties (VBL) of asielzoekerscentra. De Raad bevestigt dat de beroepen tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk zijn en dat de beroepen tegen de afwijzingen ongegrond zijn, mede omdat de opvang in VBL als voldoende wordt beschouwd. Verzoeken tot schadevergoeding worden afgewezen en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig nemen van besluiten is niet-ontvankelijk verklaard en de beroepen tegen afwijzing maatschappelijke opvang zijn ongegrond.