Uitspraak
.
OVERWEGINGEN
BESLISSING
nemen van een besluit op de aanvraag van 26 januari 2013;
€ 1.260,-;
van in totaal € 162,- vergoedt.
Centrale Raad van Beroep
Appellanten dienden op 26 januari 2013 een aanvraag in bij het college van burgemeester en wethouders van Tilburg op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), met het verzoek om maatschappelijke opvang. De situatie was urgent omdat zij op straat dreigden te worden gezet en de bijstandsuitkering onvoldoende was om onderdak te bekostigen. Na het uitblijven van een besluit stelden appellanten het college op 14 februari 2013 in gebreke en dienden zij op 20 februari 2013 beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
De voorzieningenrechter verklaarde het beroep ongegrond omdat de redelijke termijn nog niet was verstreken. In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat de spoedeisendheid van de situatie meebrengt dat appellanten de resterende termijn van de ingebrekestelling niet hoefden af te wachten, zodat het beroep niet prematuur was. Het college was daarmee in gebreke en de aangevallen uitspraak wordt vernietigd.
De Raad stelt voorts de hoogte van de dwangsom vast op het maximale bedrag van €1.260,-, omdat meer dan 42 dagen zijn verstreken sinds het college in gebreke was. Daarnaast wordt het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De uitspraak benadrukt het belang van tijdige besluitvorming bij urgente Wmo-aanvragen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit niet tijdig nemen van een besluit wordt vernietigd en een dwangsom van €1.260,- wordt vastgesteld.