Uitspraak
15.7245 ANW, 16/769 ANW, 16/6197 ANW, 17/8100 ANW, 18/1745 ANW
15 maart 2016, 16/820 ANW-VV, en bij uitspraak van 9 december 2016, 16/6198 ANW-VV, heeft de voorzieningenrechter van deze Raad het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening afgewezen.
mr. R. Moghni verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. S. Herder.
J.A.J. Groenendaal.
OVERWEGINGEN
25 maart 2015 niet-ontvankelijk verklaard. Bij de aangevallen uitspraak I heeft de rechtbank het tegen die uitspraak gedane verzet met toepassing van artikel 8:55 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) ongegrond verklaard.
2 september 2015 aan appellante laten weten de aanvraag van 16 maart 2015 niet in behandeling te kunnen nemen, omdat de daarin genoemde gegevens onvoldoende zijn om een beslissing te kunnen nemen. Appellante heeft tegen dit besluit een bezwaarschrift ingediend.
25 maart 2015 ongegrond verklaard. De aangevallen uitspraak I, waarin is overwogen dat geen beslistermijn was gaan lopen omdat appellante niet had voldaan aan de voorwaarden voor een aanvraag voor een ANW‑uitkering, is een uitspraak als bedoeld in artikel 8:55, zevende lid, aanhef en onder b, van de Awb. Op grond van artikel 8:104, tweede lid, aanhef en onder c, van de Awb kan tegen een dergelijke uitspraak geen hoger beroep worden ingesteld. In dit geding ligt dan ook de vraag voor of dit appèlverbod buiten toepassing moet blijven.
28 augustus 2015, waarvan de beslistermijn is verstreken en door de Svb niet schriftelijk is verlengd.
28 augustus 2015. Bij indiening van het eerdere aanvraagformulier van 16 maart 2015 werd niet voldaan aan artikel 24 van Pro het Administratief Akkoord. De Svb heeft terecht beslist deze aanvraag onder toepassing van artikel 4:5, eerste lid en onder a, van de Awb buiten behandeling te laten.
23 september 2015, de Svb niet in gebreke was tijdig een besluit te nemen. Het beroep van appellante is om die reden te vroeg ingesteld en door de rechtbank terecht niet‑ontvankelijk verklaard.
29 juli 2016. Deze ziet echter niet op het uitblijven van een besluit op de aanvraag van
28 augustus 2015, maar op het uitblijven van een beslissing op het bezwaar tegen het besluit van 2 september 2015. Het beroep van appellante is om die reden te vroeg ingesteld en door de rechtbank terecht niet-ontvankelijk verklaard.
14 februari 2017 te beslissen, nu hoger beroep bij deze Raad aanhangig was. De beslissing op bezwaar van 9 augustus 2017 komt voor vernietiging in aanmerking.
28 augustus 2015, heeft daarom mede betrekking op het besluit van 7 maart 2018. De Raad beschikt over voldoende gegevens om tot een finale beslechting van het geschil te komen, zodat het verzoek van appellante de zaak terug te verwijzen naar de Svb, niet zal worden gehonoreerd. Hiertoe wordt het volgende overwogen.
2. In het eerste lid wordt onder de eerstgenoemde arbeid verstaan alle algemeen geaccepteerde arbeid waartoe die persoon met zijn krachten en bekwaamheden in staat is.”
30 november 2010, enige gezondheidsproblemen zijn vast te stellen, die een lichte belemmering vormen om te functioneren in het dagelijkse leven. De medische toestand van appellante is stabiel. Gezien het forse overgewicht en de diabetes mellitus is het aannemelijk dat sprake is van een verminderde mogelijkheid om te functioneren in het normale dagelijkse arbeidsleven. Deze verminderde mogelijkheid vertoont een consistentie. De voor appellante geldende beperkingen, gebaseerd op het eigen onderzoek van de verzekeringsarts en de medische expertises, zijn vastgelegd in een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van
14 februari 2018. Vervolgens heeft de arbeidsdeskundige in zijn rapport van 21 februari 2018 vastgesteld dat de mate van arbeidsongeschiktheid van appellante op 30 november 2010 0% bedraagt.
30 november 2010 terecht is vastgesteld op minder van 45% en dat appellante geen recht heeft op een ANW‑uitkering. Het beroep tegen het besluit van 7 maart 2018 dient derhalve ongegrond te worden verklaard.
BESLISSING
- verklaart zich onbevoegd in het hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak I;
- bevestigt de aangevallen uitspraak II;
- bevestigt de aangevallen uitspraak III;
- vernietigt het besluit op bezwaar van 9 augustus 2017;
- verklaart het beroep tegen het besluit van 14 februari 2017 ongegrond;
- verklaart het beroep tegen het besluit van 7 maart 2018 ongegrond.
G.D. Alting Siberg als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 5 juli 2018.