ECLI:NL:RBROT:2016:6938
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen dwangsombesluit wegens prematuur ingediende ingebrekestelling
Eiser diende beroep in tegen een dwangsombesluit van het college van burgemeester en wethouders van Schiedam, nadat zijn aanvraag om schuldhulpverlening was afgewezen en het bezwaar niet tijdig werd behandeld. Eiser had een ingebrekestelling ingediend die door verweerder als prematuur werd aangemerkt omdat deze vóór het verstrijken van de wettelijke beslistermijn was ontvangen.
De rechtbank oordeelde dat de brief van verweerder waarin het standpunt werd ingenomen dat de ingebrekestelling te vroeg was, een besluit in de zin van artikel 4:18 Awb Pro vormt. Eiser had eerst bezwaar moeten maken tegen dit besluit, maar de rechtbank besloot zelf in de zaak te voorzien omdat het geschil uitsluitend ging over de verschuldigdheid van een dwangsom.
Uit de wettelijke bepalingen volgt dat de termijn voor het nemen van een besluit op bezwaar twaalf weken bedraagt en dat een geldige ingebrekestelling pas na het verstrijken van deze termijn kan leiden tot een dwangsom. Omdat de ingebrekestelling op 24 augustus 2015 werd ontvangen en de beslistermijn tot 25 augustus 2015 liep, was deze prematuur. Het beroep faalt en wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het dwangsombesluit wordt ongegrond verklaard vanwege een prematuur ingediende ingebrekestelling.