ECLI:NL:CRVB:2015:2451
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boetebesluit wegens schending inlichtingenverplichting en procedurele waarborgen
Appellante ontving bijstand op grond van de WWB en stond ingeschreven op een adres in de gemeente Soest. Het college vermoedde dat zij al verhuisd was naar Amersfoort en startte een onderzoek. Op basis van een rapportage van een sociaal rechercheur legde het college een boete op wegens het niet tijdig melden van haar verhuizing.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, maar appellante stelde in hoger beroep dat zij niet voorafgaand aan haar verklaring was gewezen op haar zwijgrecht en het recht op advocaat, waardoor haar verklaring onrechtmatig was verkregen. Daarnaast betwistte zij de feitelijke grondslag dat zij vanaf 1 februari 2013 niet meer woonachtig was in Soest.
De Raad oordeelde dat de verklaring van appellante tijdens het huisbezoek niet gebruikt mocht worden omdat zij niet was gewaarschuwd voor haar zwijgrecht (cautie). Ook waren de overige onderzoeksbevindingen ontoereikend om te concluderen dat zij haar woonplaats per 1 februari 2013 had gewijzigd. De schriftelijke verklaring van appellante werd wel in aanmerking genomen, maar bood geen ondubbelzinnige bevestiging.
Daarom was er onvoldoende feitelijke grondslag voor het opleggen van de boete en was het college niet bevoegd deze op te leggen. De Raad vernietigde het bestreden besluit en het boetebesluit, verklaarde het beroep gegrond en veroordeelde het college in de proceskosten.
Uitkomst: Het boetebesluit wordt vernietigd wegens schending van het zwijgrecht en onvoldoende feitelijke grondslag, waardoor de boete komt te vervallen.