ECLI:NL:CRVB:2016:3180
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vaststelling evenredige boete bij intrekking bijstand wegens niet-melding autohandel
Appellant ontving sinds 2008 bijstand en werd onderzocht naar aanleiding van een anonieme tip over zijn woonsituatie en autohandel. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam stelde vast dat appellant geen melding had gemaakt van inkomsten uit de handel in auto's, waarop de bijstand werd ingetrokken en een boete werd opgelegd van 100% van het teruggevorderde bedrag.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep werd overwogen dat het college niet had aangetoond dat sprake was van grove schuld, slechts normale verwijtbaarheid. Ook werd de persoonlijke situatie van appellant, waaronder vermeende verslavingsproblematiek, niet voldoende onderbouwd.
De Raad vernietigde het eerdere besluit en stelde de boete vast op 50% van het netto benadelingsbedrag over juli 2013, waarbij het college de exacte berekening moet maken. Tevens werd het college veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht aan appellant vergoed.
Deze uitspraak benadrukt de zorgvuldige toetsing van de bewijslast bij boeteoplegging en het belang van een evenredige sanctie bij schending van de inlichtingenplicht in het kader van de Wet werk en bijstand.
Uitkomst: De boete wordt vastgesteld op 50% van het netto benadelingsbedrag over juli 2013 wegens normale verwijtbaarheid.