ECLI:NL:CRVB:2010:BL9083
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering WW-uitkering na overgang hobby naar zelfstandige werkzaamheden
Appellant ontving van juni 2001 tot mei 2005 een WW-uitkering. Het UWV herzag deze uitkering per 31 mei 2004 en vorderde terugbetaling van onverschuldigde uitkeringen vanaf 16 juni 2004 wegens werkzaamheden als zelfstandige die niet als hobby konden worden aangemerkt. De rechtbank stelde echter dat de herziening niet kon terugwerken tot 31 mei 2004, maar verklaarde het beroep deels gegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat zijn activiteiten tot 31 mei 2005 binnen de context van een hobby vielen. De Raad overwoog dat het uitwerken en bouwen van een model onderdeel was van een hobby, maar commerciële activiteiten zoals marktonderzoek en gesprekken met specialisten wezen op het verlaten van het hobbystadium. De Raad bepaalde dat het objectieve tijdstip van overgang het moment van octrooiaanvraag op 19 juli 2004 was.
Hierdoor moest de herziening van de WW-uitkering en de terugvordering van onverschuldigde betalingen worden aangepast. Het terug te vorderen bedrag werd verminderd met het deel over de weken voor 19 juli 2004. De Raad vernietigde de eerdere uitspraak volledig, verklaarde het beroep gegrond, en veroordeelde het UWV in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: De herziening en terugvordering van de WW-uitkering vinden plaats vanaf 19 juli 2004, het moment van octrooiaanvraag.