ECLI:NL:RVS:2025:3096
Raad van State
- Rechtspraak.nl
Uitleg en toepassing van artikel 5.2 lid 3 Wet open overheid over openbaarmaking persoonlijke beleidsopvattingen
Deze zaak betreft een hoger beroep van het college van burgemeester en wethouders van Nunspeet tegen een uitspraak van de rechtbank Gelderland over de weigering tot openbaarmaking van een ambtelijk memo. Het memo bevatte reacties en adviezen over een ontwerp-bestemmingsplan en was deels zwartgelakt vanwege persoonlijke beleidsopvattingen. De rechtbank oordeelde dat het memo was opgesteld ten behoeve van formele bestuurlijke besluitvorming en dat het college onvoldoende had gemotiveerd waarom openbaarmaking het intern beraad onevenredig zou schaden.
De staatsraad advocaat-generaal is gevraagd een conclusie te geven over de uitleg van artikel 5.2 lid 3 van de Wet open overheid (Woo), met name over de begrippen 'formele bestuurlijke besluitvorming' en de uitzonderingssituaties waarin openbaarmaking het intern beraad onevenredig kan schaden. De conclusie benadrukt dat formele bestuurlijke besluitvorming betrekking heeft op besluiten die bestuursorganen en ambtsdragers nemen in verband met hun publieke taak, en dat de toets van onevenredige schade altijd gevalsgebonden is.
De conclusie bespreekt uitgebreid de parlementaire geschiedenis van de Woo en het amendement-Van der Molen, dat de verplichting tot openbaarmaking van persoonlijke beleidsopvattingen in documenten voor formele bestuurlijke besluitvorming introduceert. Ook wordt ingegaan op relevante jurisprudentie en de verhouding tussen bescherming van intern beraad en transparantie.
In de concrete zaak beveelt de staatsraad advocaat-generaal aan dat het college ten onrechte het memo grotendeels zwartgelakt heeft en dat minstens acht tekstboxen openbaar gemaakt moeten worden. De conclusie benadrukt het belang van transparantie en het scheiden van objectieve feiten van persoonlijke beleidsopvattingen, waarbij anonimiteit wordt gewaarborgd tenzij het intern beraad onevenredig wordt geschaad.
Uitkomst: Het college moet het ambtelijk memo in niet tot personen herleidbare vorm openbaar maken, behalve die delen waarvan openbaarmaking het intern beraad onevenredig schaadt.