Uitspraak
200105029/1), kunnen ook documenten afkomstig van derden, die niet tot de kring van de overheid behoren, worden aangemerkt als documenten bedoeld voor intern beraad, indien de documenten met dat oogmerk zijn opgesteld. Het college betoogt met recht dat beide planschaderisicoanalyses zijn opgesteld om te worden gebruikt voor intern beraad, te weten het beraad met betrekking tot de beleidsmatige beoordeling van de economische uitvoerbaarheid van de projecten. Dat de planschaderisicoanalyses, zoals de rechtbank heeft overwogen, tevens dienen om vast te stellen voor welk bedrag het college van de projectontwikkelaar een zekerheidsstelling zal eisen, betekent niet dat de planschaderisicoanalyses niet meer bedoeld zijn voor intern beraad.
200308272/1), blijkt uit de geschiedenis van de totstandkoming van de Wob dat het doel van de in artikel 11, eerste lid, van de Wob neergelegde bescherming van persoonlijke beleidsopvattingen is de bescherming van de vrije meningsvorming, het belang om in vertrouwelijke sfeer te kunnen "brainstormen" zonder vrees voor gezichtsverlies, en het kunnen waarborgen dat de betrokkenen bij de ontwikkeling van het beleid in alle vrijheid hun gedachten en opvattingen kunnen uiten.
200804130/1), is de maatstaf voor vergoeding van planschade neergelegd in artikel 49 van Pro de WRO en is de omvang van de verplichting tot vergoeding van planschade in overwegende mate objectief bepaalbaar. Daarom is de Afdeling van oordeel dat de openbaarmaking van de planschaderisicoanalyses er niet toe kan leiden dat het college tot toekenning van meer planschade zal moeten overgaan dan waartoe het op grond van artikel 49 van Pro de WRO is gehouden. Het financiële belang van de gemeente wordt in zoverre dan ook niet geraakt door de openbaarmaking van de planschaderisicoanalyses. Dat ontwikkelaars, naar het college stelt, als gevolg van de openbaarmaking in de toekomst minder snel, althans tegen voor de gemeente minder gunstige voorwaarden, met de gemeente zullen contracteren, waardoor de onderhandelingspositie van de gemeente in het geding is, leidt niet tot het oordeel dat het college bij de afweging van de belangen in redelijkheid meer gewicht heeft kunnen toekennen aan het financiële belang van de gemeente. Nog daargelaten het realiteitsgehalte van de stelling van het college, weegt dit belang in dit geval niet op tegen het door de Wob vooropgestelde belang van openbaarheid van overheidsinformatie. Het betoog faalt.
200505903/1), beschermt artikel 10, tweede lid, aanhef en onder g, van de Wob tevens het belang bij het voorkómen van onevenredige benadeling van een bestuursorgaan met het oog op zijn procespositie. Voor het oordeel dat in dit geval openbaarmaking van de planschaderisicoanalyses op deze grond achterwege zou moeten worden gelaten, bestaat echter geen grond. Zoals de rechtbank met juistheid heeft overwogen, behoort het tot het normale risico van de gemeente dat zij betrokken raakt bij planschadeprocedures. De enkele mogelijkheid dat de hierbij betrokken partijen, die kennis hebben kunnen nemen van de planschaderisicoanalyses, hiervan voordeel zullen hebben in een eventuele procedure, betekent niet dat zij hierdoor onevenredig worden bevoordeeld, mede omdat, zoals hiervoor is overwogen, de omvang van de verplichting tot vergoeding van planschade in overwegende mate objectief bepaalbaar is.
200203532/1), openbaarmaking ingevolge de Wob openbaarheid voor eenieder betekent. Dit betoog faalt derhalve.