ECLI:NL:RVS:2025:1043
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- J. Schipper-Spanninga
- M.C. Stoové
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering openbaarmaking documenten archeologisch onderzoek en toekenning schadevergoeding wegens termijnoverschrijding
Appellant verzocht het college van dijkgraaf en hoogheemraden van Waterschap Vallei en Veluwe om openbaarmaking van alle documenten over archeologische onderzoeken naar dijkverleggingen. Het college weigerde gedeeltelijk op grond van artikel 11, eerste lid, van de Wob, met onleesbaar gemaakte persoonsgegevens volgens artikel 10, tweede lid. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
In hoger beroep betoogde appellant dat de rechtbank ten onrechte aannam dat documenten interne beleidsopvattingen bevatten en dat e-mails met een opdrachtnemer en de gemeente Voorst ten onrechte als intern beraad werden aangemerkt. De Afdeling oordeelde dat het college voldoende aannemelijk had gemaakt dat de documenten binnen de eigen kring bleven en dat ook communicatie met derden die opdrachten uitvoeren als intern beraad kan gelden.
Daarnaast werd een verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn toegewezen. De totale procedure duurde ruim zes jaar, waarbij de overschrijding werd toegerekend aan het college, de rechtbank en de Afdeling. De Afdeling kende een forfaitaire vergoeding van €3.000 toe, waarvan €2.625 voor rekening van het college komt en €375 voor de Staat der Nederlanden.
De Afdeling bevestigde het bestreden vonnis en veroordeelde de betrokken partijen tot betaling van de schadevergoeding.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en een schadevergoeding van €3.000 wordt toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn.