ECLI:NL:RVS:2023:4219
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over bewaring vreemdeling wegens procedurele tekortkomingen
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde een Poolse vreemdeling op 9 april 2023 in bewaring na strafrechtelijke heenzending. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en kende schadevergoeding toe, maar de staatssecretaris ging in hoger beroep.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank ten onrechte vereisten stelde aan het voorafgaand opvragen van een uittreksel uit de Justitiële Documentatie en het verkrijgen van uitdrukkelijk akkoord van het Openbaar Ministerie (OM). De Afdeling bevestigde dat contact met het OM alleen vereist is bij bekendheid met een uitzettingsdatum, wat hier pas op 17 april 2023 het geval was.
Verder stelde de Afdeling dat de staatssecretaris voldoende had gemotiveerd waarom geen lichter middel dan bewaring werd toegepast, mede gezien de medische zorg in detentie en de beoordeling van de piketarts.
Ambtshalve toetste de Afdeling de rechtmatigheid van de bewaring en concludeerde dat de bewaring vanaf 17 april 2023 onrechtmatig was vanwege het ontbreken van contact met het OM over bezwaren tegen uitzetting. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd, het hoger beroep gegrond verklaard en een schadevergoeding van €500 toegekend over de periode 17-21 april 2023. Proceskosten werden deels toegewezen aan de vreemdeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en een schadevergoeding van €500 toegekend wegens onrechtmatige bewaring vanaf 17 april 2023.