Uitspraak
1.ECLI:NL:RBDHA:2023:6208.
2.ECLI:NL:RVS:2023:4219.
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, met de Algerijnse nationaliteit, is op 28 november 2023 in vreemdelingenbewaring gesteld door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Eiser betoogt dat voorafgaande expliciete toestemming van het Openbaar Ministerie (OM) vereist is voor bewaring, niet alleen voor uitzetting. De rechtbank verwijst naar recente jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State die dit verweer verwerpt: toestemming van het OM is alleen vereist voor uitzetting, niet voor bewaring.
De rechtbank constateert dat eiser geen strafrechtelijke detentie voorafgaand aan de bewaring heeft gehad, en dat de staatssecretaris op 29 december 2023 toestemming van het OM heeft gevraagd voor uitzetting, welke dezelfde dag is verleend. De gronden voor de bewaring, waaronder illegale binnenkomst en het onttrekken aan toezicht, zijn door eiser niet betwist en worden door de rechtbank als feitelijk juist en voldoende gemotiveerd beoordeeld.
De rechtbank concludeert dat de maatregel van bewaring rechtmatig is en dat het beroep ongegrond is. Tevens wijst zij het verzoek om schadevergoeding af. Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter J.G. Nicholson en griffier S.J. Valk op 15 januari 2024.
Uitkomst: Het beroep tegen de vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.