ECLI:NL:RVS:2023:2829
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- C.M. Wissels
- D.A. Verburg
- Rechtspraak.nl
Verplichte ambtshalve toetsing van rechtmatigheid vreemdelingenbewaring in hoger beroep
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde een vreemdeling in bewaring met het oog op overdracht aan Italië. De rechtbank oordeelde dat de bewaring onrechtmatig was wegens onvoldoende voortvarendheid van de staatssecretaris en kende schadevergoeding toe. De staatssecretaris stelde hoger beroep in.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State stelde prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie EU, dat in arrest C, B en X bevestigde dat de rechter verplicht is ambtshalve de rechtmatigheid van alle voorwaarden voor bewaring te toetsen, ook als de vreemdeling die niet betwist. De Afdeling past dit arrest toe en overweegt dat deze ambtshalve toetsing binnen het Nederlandse procesrecht als een kwestie van openbare orde moet worden aangemerkt.
De Afdeling oordeelt dat de rechtbank terecht ambtshalve de voortvarendheid van de staatssecretaris heeft getoetst, maar dat de rechtbank onterecht concludeerde dat onvoldoende voortvarend was gehandeld. De staatssecretaris handelde voldoende voortvarend. De verzoeken om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn worden afgewezen. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep alsnog ongegrond verklaard.
Uitkomst: Hoger beroep gegrond, uitspraak rechtbank vernietigd, beroep alsnog ongegrond verklaard, verzoeken om schadevergoeding afgewezen.