ECLI:NL:RVS:2020:2580
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- A.W.M. Bijloos
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vaststelling verantwoordelijkheid Italië voor asielaanvraag ondanks gezondheidsrisico's
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam het asielverzoek van de vreemdeling niet in behandeling omdat Italië op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. De rechtbank had dit besluit vernietigd, stellende dat nader medisch onderzoek door het Bureau Medische Advisering (BMA) noodzakelijk was vanwege de gezondheidstoestand van de vreemdeling.
De Raad van State oordeelt dat de vreemdeling onvoldoende objectieve medische gegevens heeft overgelegd waaruit blijkt dat de overdracht naar Italië zal leiden tot een aanzienlijke en onomkeerbare verslechtering van zijn gezondheid. Hoewel de vreemdeling ernstige gezondheidsklachten heeft, tonen de stukken geen reëel risico op achteruitgang door overdracht. De interim measures van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) en de coronacrisis bieden geen aanleiding tot een ander oordeel.
De staatssecretaris heeft toegezegd de Italiaanse autoriteiten te informeren over bijzondere zorgbehoeften en zal geen overdracht verrichten als Italië niet kan voldoen. De Raad van State vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond. De vreemdeling kan zich later opnieuw beroepen op gezondheidsrisico's als nieuwe objectieve gegevens beschikbaar komen.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot niet-in-behandeling-neming wordt bevestigd.