ECLI:NL:RVS:2020:986
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- J.Th. Drop
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Vaststelling interstatelijk vertrouwensbeginsel bij overdracht kwetsbare asielzoeker aan Italië
De zaak betreft een vreemdeling met PTSS en psychische klachten die een verblijfsvergunning asiel aanvraagt in Nederland. De staatssecretaris nam het verzoek niet in behandeling omdat Italië verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening. De vreemdeling stelde dat Italië onvoldoende zorg biedt, wat een schending van artikel 3 EVRM Pro zou betekenen.
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris aanvullende garanties had moeten vragen, mede vanwege de circular letter van januari 2019 en de verslechterde opvangvoorzieningen in Italië na het Salvinidecreet. De staatssecretaris ging in hoger beroep en stelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en dat reisvereisten en communicatie met Italië voldoende zijn.
De Raad van State stelt vast dat de staatssecretaris terecht van het interstatelijk vertrouwensbeginsel uitgaat en dat de opvangvoorzieningen in Italië, ondanks versoberingen, voldoen aan de vereisten van het arrest Tarakhel. De vreemdeling heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat er een reëel risico is op onmenselijke behandeling. Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, het incidenteel hoger beroep van de vreemdeling ongegrond en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt het vonnis van de rechtbank en bevestigt dat de staatssecretaris terecht het interstatelijk vertrouwensbeginsel toepast bij overdracht van de vreemdeling aan Italië.