ECLI:NL:RVS:2017:2630
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- G. van der Wiel
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Intrekking verblijfsvergunning en inreisverbod wegens gevaar voor openbare orde na geweldsdelict
De staatssecretaris heeft de verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd van de vreemdeling ingetrokken op grond van een onherroepelijke veroordeling wegens poging tot doodslag en de voortdurende tbs-maatregel. De rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond en vernietigde het besluit, maar de Raad van State vernietigt deze uitspraak en verklaart het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond.
De Raad oordeelt dat de staatssecretaris de intrekking deugdelijk heeft gemotiveerd en dat het vertrouwensbeginsel niet is geschonden, omdat geen concrete toezegging is gedaan dat de verblijfsvergunning niet zou worden ingetrokken. Tevens is het beroep tegen de intrekking niet-ontvankelijk vanwege het inreisverbod.
De vreemdeling voerde aan dat de intrekking in strijd is met het EVRM-artikel 8, gezien zijn lange verblijf en integratie, maar de Raad stelt dat het gevaar voor de openbare orde en de verlengde tbs-maatregel zwaarder wegen. Het beroep tegen het inreisverbod wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, het beroep tegen intrekking niet-ontvankelijk en het beroep tegen het inreisverbod ongegrond.