ECLI:NL:RVS:2014:877
Raad van State
- Hoger beroep
- R. van der Spoel
- A.B.M. Hent
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen inreisverbod en beoordeling rechtmatigheid besluit
De vreemdeling maakte bezwaar tegen de intrekking van zijn verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd en de daaropvolgende ongewenstverklaring en inreisverbod. De minister heeft de vergunning ingetrokken en een inreisverbod opgelegd, waarop de vreemdeling beroep instelde. De rechtbank vernietigde het besluit voor zover het inreisverbod betrof, waarna de staatssecretaris een nieuw besluit nam met een inreisverbod.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk is vanwege het uitgevaardigde inreisverbod en verklaart zich onbevoegd om kennis te nemen van het beroep tegen de intrekking van de verblijfsvergunning. De vreemdeling voerde onder meer aan dat de term 'verblijfsduur' in het Vreemdelingenbesluit anders uitgelegd moest worden, maar dit werd verworpen.
Verder werd betoogd dat het gelijkheidsbeginsel en het recht op privéleven volgens artikel 8 EVRM Pro geschonden zouden zijn door het inreisverbod. De Afdeling oordeelt dat de staatssecretaris dit voldoende heeft gemotiveerd en dat het belang van de openbare orde zwaarder weegt dan het privéleven van de vreemdeling. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen het inreisverbod is kennelijk niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen de intrekking van de verblijfsvergunning is buiten behandeling gebleven; het overige beroep is ongegrond.