ECLI:NL:RVS:2013:1808
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- A.B.M. Hent
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vaststelling afwijzing verblijfsvergunning wegens onvoldoende duurzame en zelfstandige middelen
De minister heeft op 21 maart 2012 een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen afgewezen. De vreemdeling maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarna de staatssecretaris hoger beroep instelde.
De kern van het geschil betrof de vraag of de vreemdeling duurzaam en zelfstandig over voldoende middelen van bestaan beschikt, zoals vereist volgens paragraaf B17/3.1 van de Vreemdelingencirculaire 2000. De vreemdeling stelde dat hij via een garantsteller over voldoende middelen beschikte en deed een beroep op het vertrouwens- en gelijkheidsbeginsel.
De Afdeling oordeelde dat de vreemdeling niet aannemelijk had gemaakt dat hij de vrije beschikking had over het inkomen van de garantsteller. Tevens was er geen sprake van een concrete en ondubbelzinnige toezegging die het vertrouwensbeginsel zou rechtvaardigen. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat de aangehaalde zaak een ambtelijke misslag betrof die niet herhaald hoefde te worden.
De Afdeling vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning blijft in stand.