ECLI:NL:RVS:2016:3502
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vaststelling geloofwaardigheid van bekering in asielprocedure Iran-Nederland
De vreemdeling uit Iran verzocht om een verblijfsvergunning asiel op grond van zijn bekering tot het christendom in Nederland. De staatssecretaris wees de aanvraag af vanwege twijfel over de geloofwaardigheid van de bekering. De rechtbank vernietigde dit besluit, maar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State stelde vast dat de staatssecretaris zijn onderzoeksmethode, gebaseerd op het Rambo-model en een integrale geloofwaardigheidsbeoordeling, zorgvuldig had toegepast.
De Afdeling oordeelde dat de verklaringen van de vreemdeling onvoldoende inzicht boden in het proces van bekering en geloofsontwikkeling, mede gezien de maatschappelijke context in Iran waar afvalligheid strafbaar is. Het rapport van godsdienstpsycholoog Van Saane, dat de bekering als geloofwaardig beoordeelde, werd door de staatssecretaris terecht niet als doorslaggevend beschouwd omdat diens beoordeling breder en integraler was.
Het hoger beroep van de staatssecretaris en het incidenteel hoger beroep van de vreemdeling werden gegrond verklaard, waarna de uitspraak van de rechtbank werd vernietigd. Het beroep van de vreemdeling tegen het afwijzingsbesluit werd uiteindelijk ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen het afwijzingsbesluit verblijfsvergunning asiel wordt ongegrond verklaard.