ECLI:NL:RVS:2013:CA0955
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins-de Vin
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Weigering asielvergunning wegens ongeloofwaardigheid bekering tot christendom
De staatssecretaris weigerde een asielvergunning aan een vreemdeling die zich had bekeerd tot het christendom, omdat hij de geloofwaardigheid van deze bekering niet aannemelijk vond. De rechtbank verklaarde dit besluit onrechtmatig vanwege onvoldoende motivering, met name omdat het niet redelijk zou zijn om de geloofwaardigheid te verbinden aan het kunnen beantwoorden van feitelijke vragen over de doop en kerk.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde echter dat het onderzoek naar de geloofwaardigheid van een bekering wel degelijk mag omvatten vragen over het proces van bekering, zoals de doop en de betekenis van christelijke feestdagen. Dit is vooral relevant als de vreemdeling afkomstig is uit een land waar bekering strafbaar is.
De Afdeling stelde dat de staatssecretaris zich met zijn motivering in redelijkheid op het standpunt kon stellen dat de bekering niet geloofwaardig was. De eerdere uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard. Prejudiciële vragen werden niet gesteld omdat de beoordeling van geloofsovertuiging verschilt van die van seksuele gerichtheid en de huidige beoordeling volgens de Afdeling voldoet aan Europese richtlijnen.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen de weigering van de asielvergunning wordt ongegrond verklaard.