ECLI:NL:RVS:2015:2546
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende geloofwaardigheid bekering
De staatssecretaris wees een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel af op grond van onvoldoende aannemelijkheid van de bekering van de vreemdeling tot het christendom. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarna de staatssecretaris hoger beroep instelde.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de staatssecretaris de verklaringen van derden niet had betrokken, maar dat de staatssecretaris deze verklaringen niet de juiste waarde had toegekend. De Afdeling stelde vast dat de staatssecretaris zich in redelijkheid op het standpunt kon stellen dat de vreemdeling onvoldoende inzicht gaf in het bekeringproces, mede gezien de maatschappelijke context in Iran.
Daarnaast concludeerde de Afdeling dat de staatssecretaris niet had gereageerd op de door de vreemdeling aangevoerde geloofsuitingen via sociale media, waardoor het standpunt van de staatssecretaris over het ontbreken van negatieve aandacht van Iraanse autoriteiten onvoldoende was gemotiveerd.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de staatssecretaris, en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het besluit van de staatssecretaris tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt vernietigd en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.