ECLI:NL:RVS:2014:1190
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over intrekking verblijfsvergunning en bewaring vreemdeling
De staatssecretaris trok op 5 december 2013 de verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd van de vreemdeling in, legde een terugkeerbesluit op en vaardigde een inreisverbod uit. Vervolgens werd de vreemdeling op 5 januari 2014 in vreemdelingenbewaring gesteld. De vreemdeling maakte bezwaar tegen het intrekkingsbesluit en stelde beroep in tegen beide besluiten. De rechtbank verklaarde deze beroepen gegrond, vernietigde de besluiten, hief de bewaring op en kende schadevergoeding toe.
De staatssecretaris ging in hoger beroep. De Afdeling oordeelde dat de rechtbank ten onrechte rechtstreeks beroep tegen het intrekkingsbesluit toestond, terwijl eerst bezwaar had moeten worden gemaakt. Hierdoor was de staatssecretaris bevoegd om op het bezwaar te beslissen. De Afdeling verklaarde het beroep tegen het intrekkingsbesluit niet-ontvankelijk en het beroep tegen de bewaring ongegrond.
De Afdeling toetste de bewaring aan de wettelijke criteria en concludeerde dat er voldoende gronden waren voor inbewaringstelling, zoals het ontbreken van reisdocumenten en vaste verblijfplaats. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen. De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en wees het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: Het beroep tegen het intrekkingsbesluit wordt niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen de bewaring ongegrond.