ECLI:NL:RVS:2010:BP2936
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H.G. Sevenster
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning en afwijzing schadevergoeding vreemdeling
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie op 10 juni 2009 werd afgewezen. Tegen dit besluit werd bezwaar gemaakt, dat eveneens ongegrond werd verklaard op 28 september 2009. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze besluiten op 11 maart 2010 ongegrond.
De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht tevens om schadevergoeding. De Raad van State heeft het hoger beroep inhoudelijk beoordeeld en geoordeeld dat het beroep op artikel 8 EVRM Pro en het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie niet tot vernietiging van de eerdere uitspraak kan leiden. De Raad stelde vast dat het Handvest pas juridisch bindend werd met het Verdrag van Lissabon op 1 december 2009, na het besluit van 28 september 2009.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep kennelijk ongegrond, bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan in het openbaar op 1 december 2010.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de afwijzing van de verblijfsvergunning en wijst het verzoek om schadevergoeding af.