Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
uitspraak van de meervoudige kamer van 13 februari 2025 in de zaak tussen
[fabricant 1] , uit [vestigingsplaats 1] , [fabricant 2] , uit [vestigingsplaats 2] , [fabricant 3] , uit [vestigingsplaats 3] ,
(gemachtigden: mr. M.O. Meulenbelt, mr. K. van Lessen Kloeke en mr. K.M. Mulder),
de Autoriteit Consument & Markt (de ACM),
Samenvatting
Procesverloop
Aanleiding en totstandkoming van bestreden besluit I
Beoordeling beroep tegen bestreden besluiten I en II
Beroepsgronden
Inhoudsopgave beoordeling
- Procedurele fouten (8 - 8.10);
- Conclusie procedurele fouten (8.11);
- Kwalificatie (waaruit bestaat het) misbruik van machtspositie (9 - 9.2);
- Onjuiste weergave van het feitelijk kader (10 - 10.23);
- Onjuiste weergave wettelijk kader (11);
- Relevante markt en machtspositie verkeerd vastgesteld (12 - 12.10);
- Conclusie over vaststelling markt en machtspositie (12.11);
- Misbruik (economische machtspositie) ten onrechte vastgesteld (13 - 22.5);
- Conclusie vaststelling misbruik economische machtspositie (22.5);
- Bindend verklaring toezeggingsbesluit (23 - 23.3);
- Beoordeling (hoogte van) de boete (24 - 24.32);
- Conclusie boete (24.33);
- Publicatie (25 - 25.6);
- Redelijke termijn (26 - 26.2);
- Conclusie rechtbank en gevolgen (27 - 27.2).
Schending rechten van verdediging en niet beschikbaar stellen ECN documenten
“Ook in dit besluit op bezwaar is de ACM van oordeel, dat het op misbruik te beoordelen gedrag bestaat uit het door [naam fabricant] vragen en innen van een excessieve en onbillijke prijs, en niet bestaat uit, kort gezegd, haar onderhandelingsgedrag.”Anders dan [naam fabricant] , ziet de rechtbank het door [naam fabricant] aangehaalde deel van punt 218 van bestreden besluit I [14] niet als onderdeel van de kwalificatie misbruik maar als een reactie op het door [naam fabricant] aangevoerde argument dat zij na onderhandelingen wilde komen tot een niet-excessieve prijs. Naar aanleiding van het betoog van [naam fabricant] in bezwaar dat de lijstprijs niet de op misbruik te beoordelen prijs kan zijn, omdat die prijs naar verwachting zou worden gevolgd door onderhandelingen die tot een lagere prijs zouden leiden, stelt de ACM in punt 221 van bestreden besluit I dat [naam fabricant] deze prijs eenzijdig heeft vastgesteld en zij - al dan niet vertrouwelijk - ook een andere prijs kon vragen en innen. Verder is bepalend wat in het boetebesluit en in bestreden besluit I staat. De door [naam fabricant] aangehaalde uitlatingen van (medewerkers van) de ACM in een artikel, boek of op bijeenkomsten zijn, daargelaten of deze bevestigen dat het gaat om een drievoudige beschuldiging, dan ook niet relevant.
Het feitelijke kader volgens de ACM
1 januari 2020.
Standpunt [naam fabricant] over weergave feitelijk kader
Oordeel rechtbank over weergave van het feitelijk kader
.Volgens [naam fabricant] betekent dat niet dat de basisboete kan worden verhoogd. Verder stelt de ACM volgens [naam fabricant] op onbegrijpelijke wijze dat de verdubbeling van de basisboete hetzelfde effect zou hebben als de verdubbeling van de betrokken omzet.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
mr. C.J. Wolswinkel, leden, in aanwezigheid van mr. M. Traousis-van Wingaarden, griffier. De uitspraak is in het openbaar gedaan op 13 februari 2025.