Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de meervoudige kamer van 6 april 2021 op de hoger beroepen van:
de Autoriteit Consument en Markt (ACM)
[naam 1] B.V., te Beneden-Leeuwen,
ACM.
Procesverloop in hoger beroep
Grondslag van het geschil
Uitspraak van de rechtbank
Beoordeling van het geschil in hoger beroep
Het College acht dit standpunt van [naam 3] niet juist. Zoals ACM zelf ook aangeeft, blijkt uit het hoger beroepschrift van ACM (zie de randnummers 101 en 102) dat dit gronden bevat gericht tegen het hiervoor aangehaalde oordeel van de rechtbank.
erbij zal tellen”. Op 28 september 2006 beantwoordt [naam 9] de e-mail van [naam 5] . Hij noemt in zijn antwoord de tarieven die hij op dat moment hanteert en verzoekt [naam 5] 10% hogere tarieven aan te bieden, zodat hij met 3% kan verhogen. Op dezelfde dag vraagt [naam 5] bij [naam 9] voor welke periode de tarieven gelden en laat hij weten dat de door [naam 9] genoemde verhoging van 3% zeer redelijk is. Eveneens op dezelfde dag antwoordt [naam 9] dat het om tarieven per twee onverdeelbare kalenderweken gaat. [naam 5] stuurt deze e-mail op 28 september 2006 door aan [naam 6] .
Mooi, dan moeten we hier snel een afspraak over maken samen”.
[naam 9] heeft e.e.a. nagekeken en er is geen contact met [naam 13] en [naam 22] geweest en derhalve geen tarief afgegeven.” Volgens [naam 3] is hiermee geen sprake van tariefafstemming, omdat [naam 13] geen offerteaanvraag bleek te hebben ontvangen. Naar het oordeel van het College neemt het feit dat [naam 13] geen offerteaanvraag heeft ontvangen van [naam 22] niet weg dat [naam 13] en [naam 3] contact hebben gehad over tarieven van [naam 22] , alsook over het bestaan van een meerjarig contract tussen [naam 3] en [naam 22] . ACM heeft dan ook terecht geconcludeerd dat [naam 3] en [naam 13] hiermee concurrentiegevoelige informatie hebben uitgewisseld.
[naam 23]”. In de e-mail vraagt hij de aanbieding van [naam 13] nog even te mailen. [naam 9] reageert op 23 november 2007 met de vraag: “
[naam 6] zou jullie prijzen opgeven en a d h daarvan zouden wij hogere prijzen afgeven toch?”. Op 23 november 2007 antwoordt [naam 5] aan [naam 9] dat hij dit zal checken bij [naam 6] ( [naam 6] ).
[naam 12] (…) een vehikel [was] waarmee [naam 15] op de markt actief was”, kan het College dan ook niet volgen. [naam 5] bemoeide zich in de e-mails concreet met aanvragen en tarieven, in die zin dat hij prijzen opvroeg of doorgaf. [naam 3] kan daarom ook niet worden gevolgd in haar stelling dat deze contacten (uitsluitend) in het verlengde lagen van contact tussen [naam 15] en [naam 13] over de bouw van vrieshuizen of andere vormen van samenwerking. Ook de inschrijving in het handelsregister vormt een aanwijzing dat [naam 5] wel degelijk werkzaamheden verrichte voor [naam 12] / [naam 3] . Dat deze werkzaamheden volgens die inschrijving beperkt waren doet hieraan niet af.
Beslissing
- vernietigt de aangevallen uitspraak;
- verklaart het incidenteel hoger beroep van [naam 3] ongegrond;