ECLI:NL:RBROT:2023:3301
Rechtbank Rotterdam
- Bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke boete wegens overtredingen Wwft deels gegrond en boete verlaagd
De rechtbank Rotterdam behandelde het beroep van een sieraden- en horlogeverkoper tegen een bestuurlijke boete van €100.000,- opgelegd door de minister van Financiën wegens overtredingen van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) in de periode 2015-2017.
De minister stelde dat de onderneming bij vijftien transacties met contante betalingen van €15.000 of meer achttien overtredingen beging, waaronder het niet verrichten van cliëntenonderzoek en het niet tijdig melden van ongebruikelijke transacties aan de Financiële Inlichtingen Eenheid (FIU). De rechtbank oordeelde dat de overtredingen met betrekking tot cliëntenonderzoek niet buiten redelijke twijfel waren bewezen, maar dat zeven van de tien overtredingen van de meldingsplicht wel bewezen waren.
Verder werd geoordeeld dat de bewijsvoering met betrekking tot meldingen aan de FIU en interne audits, verkregen onder dwang, geen schending van het nemo tenetur-beginsel opleverde omdat het materiaal wilsonafhankelijk was. De boete werd naar evenredigheid verlaagd tot €9.722,- en vervolgens met 10% verminderd wegens overschrijding van de redelijke termijn, waardoor de boete op €8.749,- uitkwam.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit voor de niet bewezen overtredingen en matigde de boete. Daarnaast werd de minister veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten van €4.302,- ten gunste van eiseres.
Uitkomst: Boete verlaagd naar €8.749,- en niet bewezen overtredingen vernietigd.