ECLI:NL:RBROT:2020:424
Rechtbank Rotterdam
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen onbevoegdverklaring bij verzoek om schadevergoeding wegens trage rechtspraak
Opposant verzocht de rechtbank om schadevergoeding vanwege het uitblijven van uitspraken van het gerechtshof Den Haag op hoger beroepschriften uit 2015. De rechtbank verklaarde zich eerder onbevoegd omdat het Hof bevoegd was. Opposant tekende verzet aan tegen deze onbevoegdverklaring.
De rechtbank overwoog dat de rechter die bevoegd is over het materiële geschil ook bevoegd is om te oordelen over het niet tijdig beslissen en de verschuldigdheid van een dwangsom. In deze zaak ging het om verzoeken op grond van de Wet openbaarheid van bestuur, waarbij de rechtbank in eerste aanleg bevoegd is en hoger beroep openstaat bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling heeft echter reeds onherroepelijk uitspraak gedaan over de zaken.
De rechtbank constateerde dat opposant ondanks deze uitspraken blijft volharden in een kansloze procedure en dat zijn proceshouding leidt tot een onevenredige belasting van de rechtspraak. Dit kwalificeert als misbruik van recht, waardoor het verzet niet-ontvankelijk wordt verklaard. Er worden geen proceskosten opgelegd en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzet wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van recht.