ECLI:NL:RBOBR:2022:4940
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde winkelpand op basis van HKW-methode en huurwaarde
Eiseres, gebruiker van een winkelpand in het centrum van een vestigingsplaats, betwist de vastgestelde WOZ-waarde van €5.026.000 per 1 januari 2020. De heffingsambtenaar handhaafde deze waarde na bezwaar en onderbouwde dit met een taxatierapport waarin de waarde werd getaxeerd op €5.314.000. De rechtbank beoordeelt het beroep en constateert dat de HKW-methode, waarbij de huurwaarde wordt gekapitaliseerd met een kapitalisatiefactor, tussen partijen niet ter discussie staat.
De rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar de huurwaarde voldoende heeft onderbouwd aan de hand van huurtransacties van vergelijkbare panden, waarbij correcties zijn toegepast voor verschillen in vloeroppervlak en huurkortingen. Eiseres bracht nieuwe bezwaren pas ter zitting naar voren, die wegens strijd met de goede procesorde buiten beschouwing worden gelaten. De gehanteerde kapitalisatiefactor van 13,5 wordt eveneens als voldoende inzichtelijk en onderbouwd beoordeeld.
Hoewel eiseres klaagt over het niet tijdig verstrekken van bepaalde stukken, stelt de rechtbank vast dat de heffingsambtenaar in de beroepsfase zijn waardestandpunt op een wezenlijk andere wijze heeft onderbouwd dan in de bezwaarfase, waardoor het niet tijdig verstrekken van gegevens over niet meer gebruikte referentieobjecten geen gevolgen heeft. De rechtbank concludeert dat de vastgestelde WOZ-waarde niet te hoog is en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de WOZ-waarde van €5.026.000 per 1 januari 2020.