ECLI:NL:RBOBR:2021:6599
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen WOZ-waardering woning op basis van vergelijkingsmethode ongegrond verklaard
Eiser is eigenaar van een vrijstaande woning die voor de waardepeildatum 1 januari 2019 door de heffingsambtenaar van de gemeente Meierijstad is gewaardeerd op €333.000. Eiser stelde in beroep een lagere waarde van €253.000 voor, maar leverde geen toetsbare onderbouwing.
De heffingsambtenaar onderbouwde de vastgestelde waarde met een taxatierapport en vier vergelijkingsobjecten, waarbij correcties zijn toegepast voor verschillen in bouwjaar, inhoud en bijgebouwen. De rechtbank acht deze vergelijkingsobjecten voldoende vergelijkbaar en de waardebepaling niet onjuist.
Eisers onderbouwing van zijn standpunt werd pas mondeling tijdens de zitting gegeven en is wegens strijd met de goede procesorde buiten beschouwing gelaten. Daarnaast is het standpunt over de kwaliteit van een vergelijkingsobject niet aannemelijk gemaakt.
De rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar aannemelijk heeft gemaakt dat de vastgestelde WOZ-waarde niet te hoog is en dat eiser onvoldoende bewijs heeft geleverd voor zijn lagere waarde. Het beroep wordt ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling wordt niet opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waardering van €333.000 wordt ongegrond verklaard.